Intoxicatie door een stimulantium
a Inclusie: Vereist zijn minstens twee van de volgende verschijnselen kort na het stimulantiumgebruik.
i Tachycardie of bradycardie
ii Pupilverwijding
iii Verhoogde of verlaagde bloeddruk
iv Transpireren of rillingen: Heeft u de afgelopen uren last gehad van rillingen of heeft u meer getranspireerd dan normaal?
v Misselijkheid of braken: Heeft u de afgelopen uren buikklachten gehad, bent u misselijk geweest of heeft u zelfs overgegeven?
vi Aanwijzingen voor gewichtsafname
vii Psychomotorische agitatie
viii Spierzwakte, ademhalingsdepressie, pijn op de borst of hartritmestoornissen
ix Verwardheid, insulten, dyskinesieën, dystonieën of coma
b Inclusie: Vereist zijn klinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen. Heeft u gemerkt dat u als u het middel in kwestie gebruikt heel anders denkt of zich heel anders gedraagt? Heeft u dingen gedaan of gedacht die problematisch waren en die u niet zou hebben gedaan of gedacht als u geen middel zou hebben gebruikt?
c Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de klachten kunnen worden toegeschreven aan een somatische aandoening of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
d Aanvullende kenmerken
i Specificaties
► Met perceptiestoornissen: Te gebruiken als er hallucinaties voorkomen met een intact realiteitsbesef of als er visuele of tactiele illusoire vervalsingen optreden zonder een delirium
► Amfetamineachtig middel of cocaïne