Volwassen mannen met een ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis rapporteren vaak dat ze tijdens de adolescentie voor het eerst merkten dat hun seksuele interesse uitgaat naar het tonen van hun genitaliën aan niets­ver­moe­den­de personen. De normale seksuele interesse bij vrouwen en mannen ontwikkelt zich gewoonlijk iets eerder. Er is geen minimumleeftijd vastgesteld waarop de classificatie ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis mag worden toegekend, maar het kan lastig zijn om ex­hi­bi­ti­o­nis­tisch gedrag te onderscheiden van de seksuele nieuws­gie­rig­heid die normaal is voor adolescenten. Ex­hi­bi­ti­o­nis­ti­sche impulsen lijken dus voor het eerst op te treden in de adolescentie of de vroege volwassenheid, maar er is weinig bekend over het verdere beloop. De persoonlijke lijdensdruk (zoals schuldgevoelens, schaamte, intense seksuele frustratie, eenzaamheid) en de beperkingen die met de ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis gepaard gaan, kunnen zowel met als zonder behandeling van de stoornis in de loop van de tijd veranderen. Hetzelfde geldt voor enkele factoren die mogelijk het beloop van de stoornis beïnvloeden, zoals comorbide psychische stoornissen, hy­per­sek­su­a­li­teit en seksuele impulsiviteit. De mate van ernst en het beloop van de ex­hi­bi­ti­o­nis­me­stoor­nis kunnen dus met de tijd variëren. Net als bij andere seksuele preferenties kunnen ex­hi­bi­ti­o­nis­ti­sche seksuele preferenties en daarmee samenhangend gedrag bij het stijgen van de leeftijd afnemen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.