Over het algemeen geldt dat onderzoek geen verband aantoont tussen enerzijds specifieke patronen van per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken of psy­cho­pa­tho­lo­gie en anderzijds or­gas­me­dis­func­tie. Vergeleken met vrouwen zonder de stoornis hebben sommige vrouwen met een orgasmestoornis mogelijk meer moeite met communiceren over seksualiteit. Er bestaat echter geen sterke correlatie tussen de algehele seksuele satisfactie en het ervaren van een orgasme. Veel vrouwen beschrijven een grote seksuele satisfactie ondanks het feit dat ze zelden of nooit een orgasme ervaren. Or­gas­me­moei­lijk­he­den gaan bij vrouwen vaak gepaard met problemen met de seksuele interesse en opwinding.

Afgezien van de subtypen levenslang/verworven en gegeneraliseerd/situationeel moeten bij de diagnostiek van de orgasmestoornis bij de vrouw en het kiezen van de classificatie de volgende vijf factoren in ogenschouw worden genomen, omdat ze relevant kunnen zijn voor de etiologie of de behandeling: (1) partnerfactoren (zoals seksuele problemen van de partner; ge­zond­heids­toe­stand van de partner); (2) relatiefactoren (zoals slechte communicatie; discrepanties in het verlangen naar seksuele activiteit); (3) factoren van individuele kwetsbaarheid (zoals een negatief lichaamsbeeld; een voor­ge­schie­de­nis van seksueel misbruik of emotionele mishandeling), psychiatrische comorbiditeit (bijvoorbeeld depressiviteit of angst) of stressoren (zoals het verlies van een baan; het verlies van een dierbare); (4) culturele of religieuze factoren (bijvoorbeeld remmingen als gevolg van verboden aangaande seksuele activiteit of seksueel genot; attituden tegenover seksualiteit); en (5) somatische factoren die relevant zijn voor de prognose, het beloop of de behandeling. Elk van deze factoren kan bij verschillende vrouwen met deze stoornis een verschillende invloed hebben op de klachten waarmee zij zich aanmelden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.