Delirium Wanneer de stoornis zich uitsluitend in het beloop van een delirium voordoet, wordt geen afzonderlijke classificatie ‘obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening’ toegekend. De classificatie ‘obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening’ kan echter wel worden toegekend naast de classificatie ‘uitgebreide neurocognitieve stoornis (dementie)’, namelijk wanneer men van oordeel is dat de obsessieve-compulsieve symptomen een fysiologisch gevolg zijn van het pathologische proces dat verantwoordelijk is voor de dementie en wanneer de obsessieve-compulsieve symptomen een opvallend onderdeel zijn van het klinische beeld.
Gemengde symptomen (bijvoorbeeld van een stemmingsstoornis en obsessievecompulsieve of verwante symptomen) waarvan wordt geoordeeld dat ze het gevolg zijn van een somatische aandoening Wanneer bij de stoornis verschillende soorten symptomen tot uiting komen, hangt de specificatie van de psychische stoornis door een somatische aandoening af van welke symptomen in het klinische beeld op de voorgrond staan.
Obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie Wanneer er aanwijzingen zijn voor een recent of langdurig gebruik van een middel (waaronder medicatie met psychoactieve effecten) of voor de onttrekking van een middel of de blootstelling aan een toxine, moet gedacht worden aan een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie. Wanneer de classificatie obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie wordt toegekend vanwege drugs, kan het nuttig zijn het bloed of de urine op drugs te screenen of ander aangewezen laboratoriumonderzoek te laten verrichten. Wanneer zich kort (binnen vier weken) na de intoxicatie door of onttrekking van een middel of na medicijngebruik symptomen voordoen, kan dit een sterke aanwijzing vormen voor een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie. Dit is afhankelijk van het type middel, de innameduur of de hoeveelheid die gebruikt is.
Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen (primair) Een obsessievecompulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening moet worden onderscheiden van een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis. Bij primaire psychische stoornissen kunnen er geen specifieke en directe oorzakelijke fysiologische mechanismen die samengaan met een somatische aandoening worden aangetoond. Wanneer er sprake is van een acuut begin, een laat begin of atypische symptomen, is een grondige beoordeling noodzakelijk om de classificatie van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening te kunnen uitsluiten.
Ziekteangststoornis De ziekteangststoornis wordt omschreven als een preoccupatie met het hebben of krijgen van een ernstige ziekte. Bij een ziekteangststoornis kan de betrokkene al dan niet een gediagnosticeerde somatische aandoening hebben.
Bijkomend kenmerk van een andere psychische stoornis De obsessieve-compulsieve of verwante symptomen kunnen een bijkomend kenmerk zijn van een andere psychische stoornis (zoals schizofrenie of anorexia nervosa).
Andere gespecificeerde of ongespecificeerde obsessieve-compulsieve of verwante stoornis Deze classificaties worden toegekend wanneer het onduidelijk is of de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis primair is, of is veroorzaakt door een middel of een somatische aandoening.