Het voornaamste kenmerk van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening is de aanwezigheid van significante symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis die naar het oordeel van de clinicus het best kunnen worden uitgelegd als een direct pathofysiologisch gevolg van een somatische aandoening. De mogelijke symptomen zijn onder andere: opvallende obsessies, compulsies, preoccupaties met het uiterlijk, verzamelen, haar uittrekken, huidpulken of ander lichaamsgericht repetitief gedrag (criterium A). Het oordeel dat de symptomen het best kunnen worden uitgelegd door de bijkomende somatische aandoening, moet zijn gebaseerd op aanwijzingen vanuit de anamnese, het lichamelijk onderzoek of laboratoriumonderzoeken (criterium B). Bovendien moet men van oordeel zijn dat de symptomen niet beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis (criterium C). De classificatie wordt niet toegekend als de symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis zich alleen gedurende het beloop van een delirium voordoen (criterium D). De symptomen van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis moeten klinisch significante lijdensdruk veroorzaken, of beperkingen in het functioneren op sociaal of beroepsmatig gebied of op een ander belangrijk levensgebied (criterium E).
Om te kunnen vaststellen of de symptomen van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening, moet er ten tijde van de aanvang van de obsessieve-compulsieve of verwante symptomen een relevante somatische aandoening aanwezig zijn. Bovendien moet worden vastgesteld dat de symptomen van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis etiologisch door middel van een pathofysiologisch mechanisme met de somatische aandoening samenhangen en dat dit de beste verklaring vormt voor de symptomen van de betrokkene. Voor de afweging of het verband tussen de symptomen van de obsessieve-compulsieve of verwante stoornis en de somatische aandoening etiologisch is, bestaan geen onfeilbare richtlijnen. Er zijn echter wel enkele overwegingen die kunnen helpen bij het toekennen van deze classificatie, zoals de aanwezigheid van een duidelijk temporeel verband tussen het begin, de exacerbatie of de remissie van de somatische aandoening en de symptomen van de obsessievecompulsieve of verwante stoornis; de aanwezigheid van kenmerken die atypisch zijn voor een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis (zoals een atypische beginleeftijd of een atypisch beloop); en aanwijzingen in de literatuur dat een bekend fysiologisch mechanisme (zoals beschadiging van het corpus striatum als gevolg van een herseninfarct) de symptomen van een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis veroorzaakt. Daarnaast kan de stoornis niet beter worden verklaard door een primaire obsessieve-compulsieve of verwante stoornis, een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis door een middel/medicatie, of een andere psychische stoornis.
Er wordt veel aandacht besteed aan de vraag of obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen kunnen worden toegeschreven aan een groep A-streptokokkeninfectie. De chorea van Sydenham is een neurologische uiting van een reumatische koorts, die weer wordt veroorzaakt door een groep A-streptokokkeninfectie. De chorea van Sydenham wordt getypeerd door een combinatie van motorische en niet-motorische symptomen. De niet-motorische kenmerken betreffen obsessies, compulsies, aandachtsdeficiëntie en emotionele labiliteit. Mensen met een chorea van Sydenham kunnen de niet-neuropsychiatrische kenmerken vertonen van een acute reumatische koorts, zoals carditis en artritis, maar ook op de obsessieve-compulsieve stoornis lijkende symptomen hebben. Bij deze mensen dient de classificatie obsessievecompulsieve of verwante stoornis door een somatische aandoening te worden toegekend.
PANDAS (pediatric autoimmune neuropsychiatric disorders associated with streptococcal infections) is een andere postinfectieuze auto-immuunstoornis die wordt gekenmerkt door een plotseling begin van obsessies, compulsies en/of tics, gepaard gaand met een aantal acute neuropsychiatrische symptomen, zonder chorea, carditis of artritis, na een groep A-streptokokkeninfectie. Aangezien dergelijke symptomen met een acuut begin echter het gevolg kunnen zijn van een reeks andere infecties of aanvallen, wordt de term PANS (pediatric acute-onset neuropsychiatric syndrome) gebruikt. PANS wordt gekenmerkt door een plotseling, dramatisch begin van obsessieve-compulsieve symptomen of een zeer beperkte voedselinname, samengaand met een reeks additionele neuropsychiatrische symptomen. Voor dit syndroom zijn beoordelingsrichtlijnen beschikbaar.