Narcolepsie
a Inclusie: Vereist zijn perioden van een onbedwingbare slaapdruk of in slaap vallen, die in de afgelopen drie maanden minstens drie dagen per week optreden, naast minstens één van de volgende kenmerken.
i Episoden met kataplexie
► Bij iemand die langdurig narcolepsie heeft: Heeft u een paar keer per maand wel eens dat, als u moet lachen of plezier heeft, de spieren aan beide kanten van uw lichaam slap worden, maar dat u daarbij niet in slaap valt?
► Bij kinderen of volwassenen die maximaal zes maanden narcolepsie hebben: Merk je zeker een paar keer per maand dat je gezicht beweegt, je mond opengaat en je tong naar buiten komt, of dat ineens je hele lichaam slap wordt?
ii Hypocretinedeficiëntie: Gemeten aan de waarde van de hypocretine-1-immuunreactiviteit in de liquor cerebrospinalis.
iii Polysomnografie van de nachtelijke slaap laat een remslaaplatentietijd zien van 15 minuten of minder, of een multipele slaaplatentietest (MSLT) laat een gemiddelde slaaplatentietijd zien van 8 minuten of minder en twee of meer remslaapperioden bij het inslapen.
b Aanvullende kenmerken
i Subtypen
► Narcolepsie zonder kataplexie, maar met hypocretinedeficiëntie
► Narcolepsie met kataplexie, maar zonder hypocretinedeficiëntie
► Autosomaal dominante cerebellaire ataxie, doofheid en narcolepsie
► Autosomaal dominante narcolepsie, obesitas en type 2-diabetes
► Narcolepsie secundair aan een andere somatische aandoening
ii Ernst
► Licht: Infrequente kataplexie (minder dan eenmaal per week), slechts een- of tweemaal per dag behoefte aan een dutje en een minder verstoorde nachtrust
► Matig: Kataplexie eenmaal per dag of om de paar dagen, een verstoorde nachtrust en dagelijks behoefte aan meerdere dutjes
► Ernstig: Medicatie-resistente kataplexie met meerdere aanvallen die dagelijks optreden, een bijna constante slaperigheid en een verstoorde nachtrust (bewegingen, insomnia en levendige dromen)