Depersonalisatie- / derealisatiestoornis
a Inclusie: Vereist is minstens één van de volgende manifestaties.
i Depersonalisatie: Heeft u vaak een onwerkelijk gevoel of het gevoel los te staan van de werkelijkheid — alsof u uw verstand, uw denken, uw gevoelens, uw sensaties, uw lichaam of uzelf van buitenaf bekijkt?
ii Derealisatie: Heeft u vaak een onwerkelijk gevoel of het gevoel los te staan van uw omgeving — en lijkt het dan of mensen of plaatsen onwerkelijk, mistig, levenloos, visueel vervormd of als in een droom zijn?
b Inclusie: Vereist is dat het realiteitsbesef intact blijft. Kunt u als dit gebeurt wel onderscheid maken tussen deze ervaringen en de gebeurtenissen die werkelijk plaatsvinden — wat er buiten uzelf gebeurt?
c Exclusies
i Kies niet voor deze classificatie als de stoornis is te wijten aan de fysiologische effecten van een middel of een neurologische of andere somatische aandoening.
ii Kies niet voor deze classificatie als de depersonalisatie of derealisatie alleen voorkomt als symptoom van, of tijdens het beloop van een andere psychische stoornis.
d Andere mogelijkheden
i Als iemand een stoornis heeft waarvan de voornaamste symptomen geheugenklachten zijn, maar niet wordt voldaan aan de criteria voor een specifieke stoornis, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde dissociatieve stoornis. Voorbeelden hiervan zijn een subsyndromale dissociatieve identiteitsstoornis of amnesie, een chronisch en periodiek syndroom met gemengde dissociatieve symptomen, een identiteitsstoornis bij mensen die langdurig onder extreme druk zijn gezet om iets te doen, een acute reactie op een stressvolle situatie, een acute psychose in combinatie met dissociatieve symptomen bij iemand die niet voldoet aan de criteria voor een delirium of een psychotische stoornis, en een dissociatieve trance.