Onttrekkingssyndroom van een opioïde
a Inclusie: Vereist zijn minstens drie van de volgende symptomen, ontstaan binnen enkele minuten tot enkele dagen na het staken (of verminderen) van opioïdegebruik dat fors en langdurig is geweest, of na het toedienen van een opioïdeantagonist na een periode van opioïdegebruik.
i Sombere stemming: Heeft u zich de afgelopen dagen somberder of neerslachtiger gevoeld dan normaal?
ii Misselijkheid of braken: Heeft u de afgelopen dagen buikklachten gehad, bent u misselijk geweest of heeft u zelfs overgegeven?
iii Spierpijn: Heeft u de afgelopen dagen last gehad van spierklachten?
iv Lacrimatie of rinorroe: Hebben uw ogen de afgelopen dagen veel getraand, zonder dat u moest huilen? Heeft u vaker dan normaal een loopneus gehad, met helder vocht?
v Pupilverwijding, pilo-erectie of transpireren
vi Diarree: Heeft u de afgelopen dagen vaker of dunnere ontlasting gehad dan normaal?
vii Gapen: Heeft u de afgelopen dagen veel meer gegaapt dan normaal?
viii Koorts
ix Insomnia: Kon u de afgelopen paar dagen moeilijker dan normaal in slaap komen en niet goed doorslapen?
b Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de symptomen zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder de intoxicatie door of de onttrekking van een ander middel.