Somatisch-symptoomstoornis
a Inclusie: Vereist zijn één of meer lichamelijke klachten waar de persoon onder lijdt. Heeft u lichamelijke klachten die u angstig of heel erg ongerust maken? Hebben deze klachten een grote invloed op uw dagelijkse leven?
b Inclusie: Vereist is minstens één van de volgende gedachten, gevoelens of gedragingen, die meestal langer dan zes maanden aanwezig zijn.
i Disproportionele gedachten: Hoe erg maakt u zich zorgen over uw gezondheidsklachten en denkt u hier vaak aan?
ii Een aanhoudend grote angst: Bent u voortdurend bang of bezorgd over uw gezondheidsklachten?
iii Excessief veel tijd en energie besteden: Merkt u dat u meer tijd en energie aan uw gezondheidsklachten besteedt dan u zou willen?
c Aanvullende kenmerken
i Specificaties
► Met voornamelijk pijn
► Persisterend
ii Ernst
► Licht: Eén lichamelijke klacht die hiervoor onder (a) is genoemd
► Matig: Twee of meer symptomen die hiervoor onder (a) zijn genoemd
► Ernstig: Twee of meer symptomen die hiervoor onder (a) zijn genoemd plus meerdere lichamelijke klachten (of één zeer ernstige lichamelijke klacht)
d Andere mogelijkheden
i Als iemand is gericht op het verlies van lichaamsfuncties in plaats van op het lijden aan bepaalde klachten, kunt u denken aan de conversiestoornis (functioneel-neurologisch-symptoomstoornis). De criteria hiervoor omvatten symptomen of deficiënties in de willekeurige motorische of de sensorische functies, klinisch onderzoek waaruit blijkt dat deze symptomen niet in overeenstemming zijn met een bekende neurologische of andere somatische aandoening, en aanzienlijke beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren.
ii Als iemand een bekende somatische aandoening (en geen psychische stoornis) heeft waarvan het beloop ernstig wordt beïnvloed door psychische of gedragsfactoren die het herstel vertragen, de therapietrouw doen afnemen, tot significant verhoogde gezondheidsrisico’s leiden of de onderliggende pathofysiologie beïnvloeden, kunt u denken aan de classificatie psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden.
iii Als iemand lichamelijke of psychische klachten of verschijnselen voorwendt, of doelbewust een verwonding of ziekte opwekt met als doel te misleiden, waarbij hij zichzelf tegenover anderen als ziek, gehandicapt of gewond presenteert, kunt u denken aan de nagebootste stoornis opgelegd aan zichzelf. Om volledig aan de criteria te voldoen dient de persoon dit gedrag te vertonen ondanks dat het geen duidelijke externe beloning oplevert. De symptomen kunnen niet beter worden verklaard door een andere psychische stoornis, zoals een psychotische stoornis.
iv Als iemand lichamelijke of psychische klachten of verschijnselen voorwendt of doelbewust verwonding of ziekte bij iemand anders opwekt, om anderen te doen geloven dat die persoon ziek, gehandicapt of gewond is, kunt u denken aan de nagebootste stoornis opgedrongen aan iemand anders. Deze classificatie wordt toegewezen aan de dader en niet aan het slachtoffer. Om aan de criteria te voldoen moet het gedrag ook aanwezig zijn als een duidelijke externe beloning ontbreekt en als dit niet beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis, zoals een psychotische stoornis.