Een houdingstremor door medicatie moet worden onderscheiden van een al bestaande tremor die niet door de effecten van medicatie wordt veroorzaakt. Factoren waarmee kan worden vastgesteld of het een bestaande tremor betreft, zijn de temporele relatie met de aanvang van de medicatie, de afwezigheid van een correlatie met de serumgehaltes van het middel, en het persisteren nadat de medicatie is gestaakt. Een al bestaande niet-farmacologisch veroorzaakte tremor (zoals een essentiële tremor) die bij medicatie verslechtert, kan niet als houdingstremor door medicatie worden beschouwd. De voornoemde factoren die kunnen bijdragen aan de ernst van een houdingstremor door medicatie (bijvoorbeeld angst, stress, vermoeidheid, hypoglykemie, thyreotoxicose, feochromocytoom, hypothermie, al­co­ho­lont­trek­king) kunnen ook onafhankelijk van medicatie een tremor veroorzaken.

De classificatie houdingstremor door medicatie wordt niet toegekend als de tremor beter kan worden verklaard door medicatie-geïnduceerd parkinsonisme. Een houdingstremor door medicatie is meestal niet aanwezig in rust, en verhevigt als het aangedane lichaamsdeel wordt geactiveerd of in een bepaalde houding wordt gehouden. De tremor die samengaat met medicatie-geïnduceerd parkinsonisme is daarentegen meestal wat lager van frequentie (3–6 Hz), verslechtert in rust, wordt onderdrukt door doelgerichte beweging, en gaat meestal gepaard met andere symptomen van medicatie-geïnduceerd parkinsonisme (zoals akinesie en rigiditeit).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.