Houdingstremor door medicatie

Medication-induced postural tremor

G25.1

Het voornaamste kenmerk van deze aandoening is een fijne tremor die optreedt wanneer de betrokkene zijn of haar houding wil vasthouden en die zich ontwikkelt in samenhang met het gebruik van medicatie. Middelen waarbij een dergelijke tremor kan optreden zijn: lithium, β-adrenerge medicatie (zoals fenoterol), stimulantia (zoals amfetamine), dopaminerge medicatie, anti-epileptica (bijvoorbeeld valproïnezuur), antidepressiva en xan­thi­n­ede­ri­va­ten (zoals cafeïne, theofylline). De tremor is een regelmatig ritmisch trillen van de ledematen (meestal de handen en vingers), het hoofd, de mond of de tong, meestal in een frequentie tussen de acht en twaalf cycli per seconde. Dit is het best zichtbaar als het aangedane lichaamsdeel in een bepaalde houding wordt gehouden (zoals de handen uitgestrekt, de mond open). De tremor kan sterker worden bij doelgericht bewegen van het aangedane lichaamsdeel (kinetische of actietremor). Wanneer iemand een tremor beschrijft die overeenkomt met een houdingstremor maar de clinicus niet direct een tremor kan waarnemen, kan het nuttig zijn om de situatie waarin de tremor is opgetreden na te bootsen (bijvoorbeeld een kop-en-schotel gebruiken).

Het meest is bekend over de tremor door lithium. Lithiumtremoren zijn vaak voorkomende, meestal lichte en goed verdraagbare bijwerkingen van therapeutische doses. Deze tremoren kunnen echter bij sommige mensen tot gêne, moeilijkheden met het werk en me­di­ca­tie­on­trouw leiden. Wanneer het lithiumgehalte in het serum de toxische grens bereikt, kan de tremor grover worden en gepaard gaan met spiertrekkingen, fasciculaties of ataxie. Een niet-toxische lithiumtremor kan na verloop van tijd vanzelf afnemen. Er zijn diverse factoren die het risico op een lithiumtremor kunnen verhogen (bijvoorbeeld: een hogere leeftijd, een hoge lithiumspiegel, gelijktijdig gebruik van antidepressiva of antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten, overmatig cafeïnegebruik, tremor in de persoonlijke of familieanamnese, aanwezigheid van een stoornis in het gebruik van alcohol, en bijkomende angst). Naarmate de behandeling met lithium langer duurt, lijkt de frequentie van de klachten over tremoren af te nemen. Factoren die tot exacerbatie van de tremor kunnen leiden zijn: angst, stress, vermoeidheid, hypoglykemie, thyreotoxicose, feochromocytoom, hypothermie en al­co­ho­lont­trek­king. Tremoren kunnen ook een vroeg kenmerk zijn van het se­ro­to­ni­ne­syn­droom.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.