Fetisjisme Bij gebruik van een fetisjobject om seksueel opgewonden te raken (fetisjisme) zonder persoonlijke lijdensdruk of beperkingen in psychosociale rollen of andere negatieve gevolgen, is niet voldaan aan de criteria voor de fetisjismestoornis, omdat de drempel die criterium B opwerpt niet wordt gehaald. Iemand kan bijvoorbeeld een seksuele partner hebben die zijn interesse deelt of met succes kan integreren in het strelen van of het ruiken of likken aan voeten of tenen als belangrijk onderdeel van het voorspel. Of iemand kan een preferentie hebben voor solitair seksueel gedrag waarbij hij of zij rubberen kleding of lederen laarzen draagt zonder dat dit hem of haar lijdensdruk of beperkingen oplevert. In dergelijke gevallen geldt de classificatie fetisjismestoornis niet.
Transvestiestoornis Het dichtst bij de fetisjismestoornis ligt de transvestiestoornis. Zoals in de criteria wordt vermeld is de classificatie fetisjismestoornis niet van toepassing als de fetisjobjecten zijn beperkt tot kledingstukken die enkel worden gedragen bij crossdressing (zoals bij de transvestiestoornis) of als het object genitaal stimulerend is omdat het daartoe is ontworpen (zoals een vibrator).
Seksueel-masochismestoornis of andere parafiele stoornissen De fetisjismestoornis kan tegelijk met andere parafiele stoornissen optreden, met name met sadomasochistische gedragingen of interesses en de transvestiestoornis. Bij iemand die fantaseert over of deelneemt aan ‘gedwongen crossdressing’ bij wie de seksuele opwinding primair ontstaat door de dominantie of onderwerping in die fantasie of repetitieve handeling, en bij wie lijdensdruk of beperkingen in het functioneren aanwezig zijn, moet de classificatie seksueel-masochismestoornis worden gekozen.