Rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom

a Inclusie: Vereist is een drang om de benen te bewegen, doorgaans gepaard gaand met, of een respons op, ongemakkelijke en onaangename sensaties in de benen, minstens drie dagen per week gedurende minstens drie maanden, gekenmerkt door alle volgende kenmerken.

i Drang om de benen te bewegen: Heeft u als u slaapt vaak een ongemakkelijk of onaangenaam gevoel in uw benen? Heeft u vaak een sterke behoefte om uw benen te bewegen?

ii Drang neemt af bij bewegen: Gaat dit geheel of gedeeltelijk over als u uw benen beweegt?

iii Drang is ’s nachts erger: Op welke tijd van de dag is de drang om uw benen te bewegen het ergst? Is het ’s avonds of ’s nachts erger dan overdag?

b Exclusies

i Kies niet voor deze classificatie als deze symptomen kunnen worden toegeschreven aan een somatische aandoening of aan de fysiologische effecten van een middel, of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis of een gedragsstoornis.

c Andere mogelijkheden

i Als iemand, meestal tijdens het eerste derde deel van de belangrijkste slaapperiode, herhaalde episoden van incompleet ontwaken heeft waarin hij abrupt in angst ontwaakt (pavor nocturnus) of uit bed komt en rondloopt (slaapwandelen), kunt u denken aan de non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen. De persoon heeft tijdens de episode meestal weinig droombeelden. Er is amnesie voor de episode en hij reageert relatief weinig op pogingen van anderen om hem gerust te stellen.

ii Als iemand herhaaldelijk extreem angstige dromen heeft die hij zich goed kan herinneren en hij snel weer alert en georiënteerd raakt als hij uit deze angstige droom ontwaakt, kunt u denken aan de nacht­mer­rie­stoor­nis. De droom- of slaapstoornis die het gevolg is van het ontwaken uit de nachtmerrie veroorzaakt klinisch significante lijdensdruk of beperkingen in het functioneren. De angstige dromen komen niet slechts voor tijdens een andere psychische stoornis en zijn geen fysiologisch effect van een middel/medicatie of een somatische aandoening.

iii Als iemand herhaaldelijke episoden van arousal uit de slaap heeft die gepaard gaan met vocalisatie en/of complex motorisch gedrag zodanig dat hij zichzelf of zijn bedpartner kan verwonden, kunt u denken aan de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis. Dit gedrag ontstaat tijdens de remslaap en komt meestal meer dan 90 minuten na het inslapen voor. Bij het ontwaken uit de episode is de betreffende persoon volledig wakker, alert en georiënteerd. De classificatie vereist ofwel po­ly­som­no­gra­fi­sche aanwijzingen voor een afwijkende remslaap, of aanwijzingen dat het gedrag (potentieel) verwondingen kan veroorzaken of disruptief is.

iv Als er een etiologisch verband is tussen de parasomnia’s en het gebruik van, de intoxicatie door of de onttrekking van een middel of medicatie, kunt u denken aan de slaapstoornis door een middel/medicatie, parasomniatype. De stoornis kan niet beter worden verklaard door een delirium, een slaapstoornis die niet door een middel is veroorzaakt, of slaapsymptomen die gewoonlijk samenhangen met een intoxicatie of ont­trek­kings­syn­droom. De stoornis moet aanzienlijke lijdensdruk en functionele beperkingen veroorzaken.

v Als iemand een atypisch, gemengd of subsyndromaal beeld vertoont, kunt u denken aan de classificatie andere gespecificeerde slaap-waakstoornis of on­ge­spe­ci­fi­ceer­de slaap-waakstoornis.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.