Intoxicatie door een opioïde
a Inclusie: Vereist zijn pupilvernauwing vlak na het opioïdegebruik en minstens één van de volgende verschijnselen.
i Slaperigheid of coma
ii Ongearticuleerd spreken
iii Aandachts- of geheugenstoornis
b Inclusie: Vereist zijn klinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen. Heeft u gemerkt dat u als u het middel in kwestie gebruikt heel anders denkt of zich heel anders gedraagt? Heeft u dingen gedaan of gedacht die problematisch waren en die u niet zou hebben gedaan of gedacht als u het middel niet zou hebben gebruikt?
c Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de klachten kunnen worden toegeschreven aan een somatische aandoening of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
d Aanvullende kenmerken
i Met perceptiestoornissen: Te gebruiken als er hallucinaties voorkomen met een intact realiteitsbesef of als er visuele of tactiele illusoire vervalsingen optreden zonder een delirium