Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Een afzonderlijke variant, vaak omschreven als psychopathie (ook wel ‘primaire psychopathie’ genoemd), wordt gekenmerkt door de afwezigheid van angst of vrees en door een brutale in­ter­per­soon­lij­ke stijl die maladaptief gedrag (bijvoorbeeld bedrog) kan maskeren. Deze psychopathische variant wordt gekenmerkt door een laag angstniveau (het domein negatieve affectiviteit) en geringe sociale te­rug­ge­trok­ken­heid (het domein af­stan­de­lijk­heid), en door een hoog niveau van aandacht zoeken (het domein antagonisme). Sterk aandachtzoekend gedrag en geringe sociale te­rug­ge­trok­ken­heid ver­te­gen­woor­di­gen de sociaal vaardige (assertieve/dominante) component van psychopathie; de lage gevoeligheid voor angst ver­te­gen­woor­digt een ongevoeligheid voor stress (emotionele stabiliteit/veerkracht).

In aanvulling op de psychopathische kenmerken kunnen specificaties van per­soon­lijk­heids­trek­ken en van het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren worden benoemd om andere per­soon­lijk­heids­ken­mer­ken te registreren die aanwezig kunnen zijn bij de antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis, maar die niet vereist zijn voor de classificatie. Bijvoorbeeld: facetten van negatieve affectiviteit (zoals ongerustheid) zijn weliswaar geen clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor de antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (zie criterium B), maar deze per­soon­lijk­heids­trek­ken kunnen wel worden gespecificeerd, indien ze van toepassing zijn. Een matige of ernstigere beperking in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren is vereist voor de classificatie antisociale-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (criterium A), maar daarnaast kan ook het niveau van per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren worden gespecificeerd.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.