Een afzonderlijke variant, vaak omschreven als psychopathie (ook wel ‘primaire psychopathie’ genoemd), wordt gekenmerkt door de afwezigheid van angst of vrees en door een brutale interpersoonlijke stijl die maladaptief gedrag (bijvoorbeeld bedrog) kan maskeren. Deze psychopathische variant wordt gekenmerkt door een laag angstniveau (het domein negatieve affectiviteit) en geringe sociale teruggetrokkenheid (het domein afstandelijkheid), en door een hoog niveau van aandacht zoeken (het domein antagonisme). Sterk aandachtzoekend gedrag en geringe sociale teruggetrokkenheid vertegenwoordigen de sociaal vaardige (assertieve/dominante) component van psychopathie; de lage gevoeligheid voor angst vertegenwoordigt een ongevoeligheid voor stress (emotionele stabiliteit/veerkracht).
In aanvulling op de psychopathische kenmerken kunnen specificaties van persoonlijkheidstrekken en van het persoonlijkheidsfunctioneren worden benoemd om andere persoonlijkheidskenmerken te registreren die aanwezig kunnen zijn bij de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, maar die niet vereist zijn voor de classificatie. Bijvoorbeeld: facetten van negatieve affectiviteit (zoals ongerustheid) zijn weliswaar geen classificatiecriteria voor de antisociale-persoonlijkheidsstoornis (zie criterium B), maar deze persoonlijkheidstrekken kunnen wel worden gespecificeerd, indien ze van toepassing zijn. Een matige of ernstigere beperking in het persoonlijkheidsfunctioneren is vereist voor de classificatie antisociale-persoonlijkheidsstoornis (criterium A), maar daarnaast kan ook het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren worden gespecificeerd.