Het is absoluut noodzakelijk om medicatie-geïnduceerd parkinsonisme van tardieve dyskinesie te onderscheiden, omdat de middelen die gewoonlijk worden ingezet om medicatie-geïnduceerd parkinsonisme te behandelen (anticholinerge medicatie) de abnormale motorische bewegingen van de tardieve dyskinesie kunnen verergeren. Ook kunnen de symptomen van medicatie-geïnduceerd parkinsonisme verergeren door de medicatie die wordt gebruikt voor de behandeling van tardieve dyskinesie.

Dyskinesie die bij discontinuering van antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten optreedt, kan bij het voortduren van de onttrekking verminderen. Als de dyskinesie vier weken of langer aanhoudt, kan de classificatie tardieve dyskinesie gerechtvaardigd zijn. Tardieve dyskinesie moet worden onderscheiden van andere oorzaken van orofaciale dyskinesie en dyskinesie van het hele lichaam. Dit betreft aandoeningen als de ziekte van Huntington, de ziekte van Wilson, chorea van Sydenham (reumatische chorea), systemische lupus erythematosus, thyreotoxicose, vergiftiging met zware metalen, een slecht passend kunstgebit, dyskinesie door andere medicatie zoals levodopa of bromocriptine, en spontane dyskinesieën. Factoren die bij het maken van dit onderscheid een rol kunnen spelen zijn: aanwijzingen dat de symptomen vóór de blootstelling aan de antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten aanwezig waren of dat sprake is van andere focale neurologische verschijnselen. Hierbij moet worden opgemerkt dat er naast tardieve dyskinesie ook sprake kan zijn van andere be­we­gings­stoor­nis­sen. Omdat spontane dyskinesie bij meer dan 5% van de mensen kan optreden en ook vaker bij ouderen voorkomt, kan het lastig zijn om aan te tonen dat de tardieve dyskinesie bij de betreffende persoon is ontstaan door het gebruik van antipsychotica. Tardieve dyskinesie moet worden onderscheiden van symptomen die worden veroorzaakt door een medicatie-geïnduceerde acute be­we­gings­stoor­nis (zoals medicatie-geïnduceerd parkinsonisme, acute dystonie of acute acathisie). Acute dystonie en acute acathisie kunnen zich snel ontwikkelen, binnen enkele uren tot dagen, en medicatie-geïnduceerd parkinsonisme ontwikkelt zich binnen een week na het starten met antipsychotica of andere do­p­ami­ne­an­ta­go­nis­ten of een verhoging van de dosis daarvan (of na het verlagen van de dosis van medicatie voor de behandeling van acute extrapiramidale symptomen). Tardieve dyskinesie ontwikkelt zich echter pas na een langere bloot­stel­lings­pe­ri­o­de aan antipsychotica (maanden tot jaren) en kan ook ontstaan na discontinuering van de antipsychotica. De minimale bloot­stel­lings­ge­schie­de­nis die voor de classificatie tardieve dyskinesie is vereist, is gebruik van antipsychotica gedurende minstens drie maanden (of één maand bij mensen van middelbare leeftijd of ouder).

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.