Schizofrenie
a Inclusie: Vereist is dat de symptomen minstens zes maanden ononderbroken aanwezig zijn. Dit kunnen ook prodromale of restsymptomen zijn. In die periode zijn gedurende minstens één maand, minimaal twee van de volgende symptomen aanwezig, en minimaal één van de symptomen betreft wanen, hallucinaties of gedesorganiseerd spreken.
i Wanen: Is iemand erop uit om u kwaad te berokkenen of schade toe te brengen? Krijgt u bij het lezen van een boek, tv-kijken of surfen op internet wel eens een boodschap die alleen voor u is bedoeld? Heeft u speciale gaven of vermogens?
ii Hallucinaties: Hoort u als u wakker bent wel eens een stem die afwijkt van uw gedachten en die anderen niet kunnen horen? Ziet u als u wakker bent wel eens dingen die anderen niet kunnen zien?
iii Gedesorganiseerd spreken, zoals regelmatig van onderwerp veranderen (ontsporing) of incoherent spreken.
iv Ernstig gedesorganiseerd of katatoon gedrag.
v Negatieve symptomen zoals affectieve vervlakking of initiatiefverlies.
b Exclusie: Kies niet voor deze classificatie wanneer de stoornis aan de fysiologische effecten van een middel (een drug of medicatie) of een somatische aandoening kan worden toegeschreven.
c Exclusie: Aan iemand voor wie de classificatie autismespectrumstoornis of een communicatiestoornis met begin tijdens de kinderleeftijd is gekozen, mag de classificatie schizofrenie alleen worden toegekend wanneer gedurende minstens één maand ook sprake is van prominente wanen of hallucinaties.
d Aanvullende kenmerken
i Specificaties
► Eerste episode, momenteel in acute episode
► Eerste episode, momenteel gedeeltelijk in remissie
► Eerste episode, momenteel volledig in remissie
► Multipele episoden, momenteel in acute episode
► Multipele episoden, momenteel gedeeltelijk in remissie
► Multipele episoden, momenteel volledig in remissie
► Onafgebroken
► Ongespecificeerd
ii Bijkomende specificatie
► Met katatonie: Gebruik deze specificatie wanneer sprake is van minstens drie van de volgende kenmerken: stupor, katalepsie, wasachtige buigzaamheid, mutisme, negativisme, poseren, motorische maniërismen, motorische stereotypieën, agitatie, grimasseren, echolalie, echopraxie.
iii Ernst
► De ernst wordt beoordeeld met behulp van een kwantitatieve meting van de primaire psychosesymptomen, waarvan de actuele ernst alle op een vijfpuntsschaal kunnen worden gemeten.
e Andere mogelijkheden
i Als er sprake is van excentrieke gedragingen en waarnemingen en iemand nauwelijks in staat is tot het hebben van hechte relaties, kunt u denken aan de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis. Kies niet voor deze classificatie wanneer de stoornis zich uitsluitend voordoet in het kader van schizofrenie, een depressieve of manische episode met psychotische kenmerken of een autismespectrumstoornis.
ii Als iemand alleen (bizarre of niet-bizarre) wanen heeft, nooit volledig heeft voldaan aan de criteria voor schizofrenie en zijn functioneren, afgezien van de invloed van de waan of de consequenties daarvan, niet duidelijk is beperkt, kunt u denken aan de waanstoornis. Bij de criteria zijn meerdere specificaties opgenomen. Deze classificatie mag niet worden toegekend wanneer de wanen kunnen worden toegeschreven aan de fysiologische effecten van een middel of een somatische aandoening. Kies niet voor deze classificatie als de wanen beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis.
iii Als iemand minstens één dag maar korter dan één maand symptomen van schizofrenie vertoont, kunt u denken aan de kortdurende psychotische stoornis. Vaak is er sprake van een acuut begin, de betreffende persoon heeft minder negatieve symptomen en beperkingen in het functioneren, en keert uiteindelijk volledig terug naar het premorbide niveau van functioneren.
iv Als iemand minstens één maand maar korter dan zes maanden symptomen van schizofrenie vertoont, kunt u denken aan de schizofreniforme stoornis. Kies niet voor deze classificatie wanneer de stoornis is veroorzaakt door de fysiologische effecten van een middel of een somatische aandoening.
v Als iemand voldoet aan de criteria voor schizofrenie en daarnaast minstens gedurende de helft van die periode stemmingssymptomen heeft (een depressieve of een manische episode), kunt u denken aan de schizoaffectieve stoornis. De betreffende persoon dient tijdens zijn leven minstens twee weken wanen of hallucinaties te hebben gehad, zonder dat daarbij sprake was van een stemmingsepisode.
vi Als de directe oorzaak van een psychotische episode is gelegen in een middel of medicatie, kunt u denken aan de psychotische stoornis door een middel/medicatie. Bij de criteria zijn voor de afzonderlijke middelen meerdere specificaties opgenomen.
vii Als een psychotische episode direct door een somatische aandoening wordt veroorzaakt, kunt u denken aan de psychotische stoornis door een somatische aandoening. Deze classificatie mag niet worden toegekend in het beloop van een delirium of wanneer de psychotische episode beter kan worden verklaard door een andere psychische stoornis.
viii Als iemand psychotische symptomen heeft die klinisch significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaken, maar die niet volledig voldoen aan de criteria voor een andere psychotische stoornis, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Wanneer u de specifieke reden waarom iemand niet volledig aan de criteria voldoet wilt vermelden, kunt u denken aan de classificatie andere gespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Voorbeelden hiervan zijn: persisterende auditieve hallucinaties in afwezigheid van een van de andere kenmerken en waansymptomen bij de partner van iemand met een waanstoornis.