Het maligne neu­ro­lep­ti­ca­syn­droom moet worden onderscheiden van andere ernstige neurologische of somatische aandoeningen, waaronder infecties van het centrale zenuwstelsel, inflammatoire of auto-im­muun­aan­doe­nin­gen, status epilepticus, laesies van de subcorticale structuren en systemische aandoeningen (bijvoorbeeld feochromocytoom, thyreotoxicose, tetanus, hitteberoerte).

Het maligne neu­ro­lep­ti­ca­syn­droom moet ook worden onderscheiden van gelijksoortige syndromen die het gevolg zijn van een ander geneesmiddel, zoals het se­ro­to­ni­ne­syn­droom; het parkinsonisme-/hy­per­ther­mie­syn­droom na het abrupt staken van een dopamineagonist; ont­trek­kings­syn­droom van alcohol, hypnotica of anxiolytica; maligne hyperthermie bij anesthesie; hyperthermie die samenhangt met verkeerd gebruik van stimulantia en hallucinogenen; en atro­pi­ne­ver­gif­ti­ging door an­ti­cho­liner­gi­ca.

In zeldzame gevallen hebben mensen met schizofrenie of een stem­mings­stoor­nis een maligne katatonie die soms niet van het maligne neu­ro­lep­ti­ca­syn­droom kan worden onderscheiden. Sommige onderzoekers beschouwen het maligne neu­ro­lep­ti­ca­syn­droom als een door een middel veroorzaakte vorm van maligne katatonie.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.