Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Typische kenmerken van de vermijdende-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn sociale situaties vermijden, geremdheid binnen in­ter­per­soon­lij­ke relaties gerelateerd aan gevoelens van onbeholpenheid en insufficiëntie, angstige preoccupatie met negatieve beoordeling en afwijzing, en de angst om uitgelachen of in verlegenheid gebracht te worden. Karakteristieke moeilijkheden komen tot uiting in de identiteit, zelfsturing, empathie en/of intimiteit, zoals hierna beschreven, samengaand met specifieke maladaptieve per­soon­lijk­heids­trek­ken in de domeinen negatieve affectiviteit en af­stan­de­lijk­heid.

VOORSTEL VOOR CRITERIA

  1. Matige of ernstigere beperking in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren, zich manifesterend in karakteristieke moeilijkheden op twee of meer van de volgende vier terreinen:
    1. Identiteit Gering gevoel van eigenwaarde samenhangend met zichzelf beoordelen als sociaal onbeholpen, onaantrekkelijk als persoon, of minderwaardig; excessieve gevoelens van schaamte.
    2. Zelfsturing Onrealistisch streefniveau gepaard gaande met onwil om doelen na te streven, persoonlijke risico’s te nemen, of betrokken te raken bij nieuwe activiteiten die in­ter­per­soon­lijk contact vereisen.
    3. Empathie Preoccupatie met, en gevoeligheid voor kritiek en afwijzing, geassocieerd met een vermeende overmatig negatieve beoordeling door de ander.
    4. Intimiteit Onwil om betrokken te raken bij mensen, tenzij er zekerheid is gewaardeerd te zullen worden; beperkte wederkerigheid binnen intieme relaties door de angst om beschaamd of geridiculiseerd te zullen worden.
  2. Drie of meer van de volgende vier pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken, waarvan er één ongerustheid (1) dient te zijn:
    1. Ongerustheid (een facet van negatieve affectiviteit): Intense gevoelens van nervositeit, spanning of paniek, vaak in reactie op sociale situaties; bezorgdheid over de negatieve effecten van onplezierige ervaringen uit het verleden en mogelijke negatieve gebeurtenissen in de toekomst; zich angstig voelen, opzien tegen of zich bedreigd voelen door onzekerheid; vrees om in verlegenheid gebracht te worden.
    2. Sociale te­rug­ge­trok­ken­heid (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Ge­re­ser­veerd­heid in sociale situaties; vermijding van sociale contacten en activiteiten; gebrek aan initiatief tot sociaal contact.
    3. Anhedonie (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Niet genieten of opzoeken van, of geen energie hebben voor de ervaringen van het leven; deficiënties in het vermogen om plezier te hebben en belangstelling voor dingen te hebben.
    4. Vermijding van intimiteit (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Vermijding van hechte of romantische relaties, in­ter­per­soon­lij­ke banden en intieme seksuele relaties.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.