Dimensionale definitie van het zelf en van het interpersoonlijke functioneren
De globale ernst is wellicht de belangrijkste voorspeller van het huidige en toekomstige disfunctioneren bij de beoordeling van persoonlijkheidspathologie. Persoonlijkheidsstoornissen kunnen het best ingedeeld worden op een continüum van de globale ernst van het persoonlijkheidsfunctioneren, gecombineerd met specificaties uit een groep symptomen van persoonlijkheidsstoornissen en persoonlijkheidstrekken. Tegelijkertijd bestaat de kern van de persoonlijkheidspathologie uit beperkingen in de ideeën over zichzelf en over interpersoonlijke relaties. Deze aanname is consistent met uiteenlopende theorieën over persoonlijkheidsstoornissen en het onderzoek dat op basis daarvan is gedaan. De componenten van de Niveaus van Persoonlijkheidsfunctioneren Schaal — identiteit, zelfsturing, empathie en intimiteit (zie tabel 1) — zijn essentieel in de omschrijving van het continuüm van persoonlijkheidsfunctioneren.
De psychische representaties van het zelf en van de interpersoonlijke relaties beïnvloeden elkaar wederkerig en zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Zij beïnvloeden de aard van de interacties met ggz-hulpverleners, en kunnen een significante invloed hebben op zowel de effectiviteit als de uitkomst van de behandeling. Dit benadrukt het belang van het onderzoeken van het zelfconcept van de betrokkene, alsmede van diens beeld van andere mensen en van relaties. Ofschoon de mate van de stoornis van het zelf en van het interpersoonlijke functioneren zich op een continuüm bevindt, is het zinvol om het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren toch in beeld te brengen: voor de klinische diagnostiek, voor het maken van een behandelplan en voor een inschatting van de prognose.