Net als de meeste menselijke eigenschappen bevindt het persoonlijkheidsfunctioneren zich op een continuüm. Cruciaal voor het functioneren en voor de adaptatie van de betrokkene zijn de kenmerkende wijze van denken over zichzelf en de interactie met anderen. Iemand die optimaal functioneert, heeft een complexe, volledig ontplooide en goed geïntegreerde psychologische binnenwereld, die een goeddeels positief, wilskrachtig en adaptief zelfconcept omvat; een rijk, breed en adequaat gereguleerd emotioneel leven; het vermogen om op een productieve manier maatschappelijk te functioneren; en wederkerige en bevredigende interpersoonlijke relaties. Aan het andere eind van het continuüm staat iemand met ernstige persoonlijkheidspathologie, met een verarmde, gedesorganiseerde en/of conflictueuze psychologische binnenwereld, die gekenmerkt wordt door een zwak, onduidelijk en maladaptief zelfbeeld, een neiging tot negatieve ontregelde emoties en een deficiënt vermogen tot adaptieve interpersoonlijke relaties en sociaal aangepast gedrag.