Oneerlijkheid
Charles L. Scott, MD
Bespreking
De heer Croon vertoont een pervasief patroon van gebrek aan respect voor en schending van de rechten van anderen, blijkens veel van zijn handelingen. Hij is twee keer gearresteerd wegens huiselijk geweld — in twee verschillende huwelijken — en heeft in de gevangenis gezeten. Patiënt heeft zijn diploma’s vervalst en is blijkbaar vaak prikkelbaar en betrokken bij vechtpartijen, zowel op zijn werk als in zijn relaties. Hij toont zich onverschillig voor de mogelijke veiligheidsrisico’s die zijn handelen oplevert voor zijn collega’s. Hij weigert zijn zoons op te zoeken of alimentatie te betalen, omdat zij ‘liegbeesten’ zijn. Hij toont geen berouw voor de negatieve uitwerking van zijn handelen op zijn familie, collega’s of werkgevers. Hij zegt geregeld zijn baan op zonder zich voor te bereiden op het vinden van een nieuwe betrekking. Hij voldoet aan alle zeven symptoomcriteria van de DSM-5 voor de antisociale-persoonlijkheidsstoornis (ASPS).
ASPS kan niet voor de leeftijd van 18 jaar worden vastgesteld, maar vereist wel dat er aanwijzingen zijn voor een normoverschrijdend-gedragsstoornis voor de leeftijd van 15 jaar. Uit de voorgeschiedenis van patiënt blijkt dat hij spijbelde, veroordeeld werd voor diefstal op 14-jarige leeftijd en van school gestuurd werd op 15-jarige leeftijd, vanwege het stelen van een auto.
Aan het eind van het onderzoek vraagt patiënt om twee potentieel verslavende medicijnen. Hij heeft als middelbare scholier marihuana gerookt en is waarschijnlijk zwaar gaan drinken toen hij in de twintig was. Hoewel het moeilijk zal zijn eerlijke antwoorden van hem te krijgen over zijn middelengebruik, zou hij wel een comorbide stoornis in het gebruik van een middel kunnen hebben. Zo’n classificatie zou geen invloed hebben op zijn classificatie van ASPS, omdat zijn antisociale gedrag eerder aanwezig was dan het begin van zijn middelengebruik. Ook manifesteren zijn antisociale houding en gedrag zich in verschillende settings en zijn deze niet gewoon het gevolg van middelenmisbruik (bijvoorbeeld stelen om aan drugs te komen).
Om de bewering van patiënt dat hij ‘ADHD’ zou hebben waar te maken moeten er aanwijzingen zijn voor lijdensdruk door hyperactiviteit/impulsiviteit of aandachtsdeficiëntie voor de leeftijd van 12 jaar. Hoewel de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis een comorbide stoornis kan zijn en ook zijn impulsiviteit deels zou kunnen verklaren, verklaart deze niet zijn verreikende antisociale gedrag.
Verder is voor de classificatie van ASPS vereist dat het gedrag niet enkel in het beloop van een bipolaire-stemmingsstoornis of schizofrenie optreedt. Hoewel patiënt wel zegt dat hij een bipolaire stoornis heeft, biedt hij geen aanwijzingen dat hij ooit manisch (of schizofreen) is geweest.
De interpersoonlijke stijl van patiënt kenmerkt zich door een kille veronachtzaming van de gevoelens van anderen en een arrogante zelfachting. Deze kwaliteiten komen tevens bij andere persoonlijkheidsstoornissen voor, zoals de narcistische-persoonlijkheidsstoornis, maar ook bij ASPS zijn ze veelvoorkomend. Hoewel er niet zelden comorbiditeit is, vertonen mensen met de narcistische-persoonlijkheidsstoornis niet dezelfde mate van impulsiviteit, agressie en misleiding als mensen met ASPS. Mensen met een histrionische-persoonlijkheidsstoornis of een borderline-persoonlijkheidsstoornis kunnen manipulatief of impulsief zijn, maar hun gedrag is niet uitgesproken antisociaal. Mensen met een paranoïde-persoonlijkheidsstoornis kunnen antisociaal gedrag vertonen, maar hun handelingen zijn gewoonlijk gestuurd door het verlangen om wraak te nemen in plaats van naar persoonlijk gewin. Mensen met een periodiek explosieve stoornis raken ook bij gevechten betrokken, maar hebben niet de vele uitbuitende trekken die pervasief deel uitmaken van ASPS.