Ivo Croon is een man van 32 jaar die door de personeelsafdeling van een groot aannemersbedrijf, waar hij sinds twee weken in dienst is, doorverwezen is voor een onderzoek naar zijn psychische gezondheid. Bij zijn sollicitatie was de patiënt overgekomen als zeer gemotiveerd en had hij twee timmermansdiploma’s overlegd (niveau 2 en 3) waaruit een hoog opleidings- en vaardigheidsniveau bleek. Sinds hij in dienst is merken zijn chefs echter dat hij vaak ruzie heeft, zich ziek meldt, slechte kwaliteit aflevert en dat hij meerdere fouten heeft gemaakt die gevaar hadden kunnen opleveren. Als hij daarmee geconfronteerd wordt, reageert hij volgens hen ontwijkend, door bijvoorbeeld te zeggen dat het aan het ‘goedkope hout’ ligt of aan ‘slecht management’ en toe te voegen dat als er iemand gewond was geraakt ‘dat dan zijn eigen stomme fout is’.
Tijdens het gesprek met personeelszaken waarin hij te horen kreeg dat zijn tijdelijke contract niet verlengd zou worden, wees patiënt er direct op dat hij ‘ADHD heeft en bipolair is’. Als hij op basis daarvan niet in de ziektewet zou worden opgenomen maar zou worden ontslagen, zou hij daartegen procederen. Hij eiste een psychiatrisch onderzoek.
Tijdens het psychiatrisch onderzoek benadrukt patiënt vooral dat het bedrijf zich niet eerlijk opstelt en dat hijzelf ‘zo’n verdomd goede timmerman is, dat niemand daar ooit aan kan tippen’. Hij beweert dat zijn beide huwelijken gestrand zijn door jaloezie. Hij vertelt dat zijn beide vrouwen ‘altijd dachten dat ik vreemdging’ en dat ze daarom ‘alle twee gelogen hebben tegen de rechtbank dat ik ze zou hebben geslagen, om zo te zorgen dat ik een straatverbod kreeg’. Als ‘vergelding voor de tijd in de bak’ weigert hij alimentatie te betalen voor zijn twee kinderen. Hij heeft geen belangstelling voor een omgangsregeling met zijn twee zoons, omdat het ‘liegbeesten’ zijn, net als hun moeders.
Patiënt vertelt dat hij ‘waarschijnlijk altijd wel slim is geweest’, aangezien het hem steeds is gelukt zessen te halen, ook al kwam hij de helft van de tijd niet naar school. Hij heeft op zijn 14de in jeugddetentie gezeten vanwege het stelen van ‘onbenulligheden, zoals tennisschoenen en portemonnees waar bijna niets inzat’. Op zijn 15de ging hij van school, nadat hij door zijn schoolhoofd ‘erin geluisd was voor een autodiefstal’. Deze historische feiten voert patiënt op om aan te tonen dat hij wel opgewassen is tegen onrecht en tegenslag.
Op de vragen over middelengebruik geeft patiënt aan dat hij als tiener marihuana heeft gerookt en ‘op regelmatige basis’ alcohol is gaan gebruiken sinds zijn eerste huwelijk op 22-jarige leeftijd. Volgens hem is geen van beide vormen van middelengebruik bij hem een probleem.
Aan het eind van het gesprek eist patiënt een verklaring van de psychiater dat hij ‘bipolair is en ADHD heeft’. Hij zegt dat hij ‘bipolair’ is omdat hij ‘ups en downs’ heeft en ‘echt snel kwaad’ wordt. Op vragen naar andere symptomen van manie antwoordt hij ontkennend. Hij zegt heel down te worden als hij teleurgesteld is, maar dat hij ‘geen goed geheugen’ heeft en ‘vrij snel uit een dip komt’. Patiënt antwoordt ontkennend op vragen naar problemen met slaap, zijn gemoedstoestand of eetlust. Hij zegt voor het eerst van ‘ADHD’ te hebben gehoord doordat ‘mijn beide zoons het hebben’. Hij sluit het gesprek af met een verzoek om medicatie, waaraan hij toevoegt dat bij hem alleen stimulantia helpen (‘maakt niet uit welke’) en een specifieke kortwerkende benzodiazepine.
Bij het status-mentalisonderzoek wordt een informeel geklede man gezien die een redelijke mate van oogcontact maakt. Er zijn geen neurocognitieve stoornissen (niet getest) of aanwijzingen voor hallucinaties. Zijn oordeelsvermogen is gestoord in de vorm van zelfoverschatting. Het denken is coherent en normaal van snelheid. Hij heeft een gepreoccupeerde manier van schuld verleggen naar anderen, maar dit lijken eerder overwaardige denkbeelden dan wanen. De psychomotoriek is normaal.
De afdeling personeelszaken voert in de tussentijd een antecedentenonderzoek uit. Na verschillende telefoongesprekken wordt duidelijk dat patiënt van twee mbo-opleidingen voor timmerman niveau 2 was geschorst en dat beide diploma’s die hij had laten zien, vervalsingen waren. Bij een lokale aannemer was hij ontslagen nadat hij op de vuist was gegaan met zijn chef, en bij een andere baan idem nadat hij plotseling van de werkplaats was weggelopen. Bij een snelle controle van hun administratie blijkt dat hij daar dezelfde vervalste documenten had getoond.