Driftbuien
Arshya Vahabzadeh, MD; Eugene Beresin, MD; Christopher McDougle, MD
Bespreking
Bram vertoont symptomen die passen bij een autismespectrumstoornis (ASS), een nieuwe classificatie in de DSM-5. ASS verwijst naar verscheidene, voorheen afzonderlijke stoornissen, namelijk de autistische stoornis (autisme), de stoornis van Asperger, en de pervasieve ontwikkelingsstoornis niet anderszins omschreven (PDD-NOS). ASS wordt gekenmerkt door twee symptoomdomeinen: deficiënties in de sociale communicatie, en fixaties op een beperkt aantal interesses en repetitieve gedragingen.
Het is evident dat Bram veel moeite heeft in de omgang met leeftijdgenoten. Hij kan geen vrienden maken, doet niet mee aan samenspel van andere kinderen, en heeft moeite met het lezen van sociale signalen. Mensen met ASS hebben meestal moeite met het correct duiden van de relevantie van gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en ander non-verbaal gedrag. Bram heeft geen humor en ‘vat dingen letterlijk op’. Deze symptomen voldoen aan de ASS-criteria voor deficiënties in de sociale communicatie.
Wat het tweede symptoomdomein van ASS betreft: Bram heeft fixaties op een beperkt aantal interesses en vertoont repetitieve gedragingen die een significante lijdensdruk veroorzaken. Hij lijkt geïnteresseerd in auto’s en treinen, heeft weinig belangstelling voor iets anders en lijkt niet in te zien dat andere kinderen zijn enthousiasme voor die dingen mogelijk niet delen. Hij heeft er behoefte aan dat dingen ‘hetzelfde’ blijven, en lijdt onder wijzigingen in zijn routine. Bram voldoet daarmee aan beide primaire symptoomcriteria voor de DSM-5-stoornis ASS.
Ook struikelt Bram over zijn woorden, last hij buitensporig veel pauzes in en herhaalt hij woorden of delen van woorden. Deze symptomen horen bij stotteren, een van de communicatiestoornissen in de DSM-5, namelijk de stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd. Vanwege het persisterende karakter en de frequente herhalingen of het langer maken van klanken, de afgebroken woorden, de pauzes in de spraak en het om bepaalde woorden heen draaien, kan de ‘stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd’ significant disfunctioneren veroorzaken, zowel sociaal, op leergebied als beroepsmatig.
Andere communicatiestoornissen in de DSM-5 zijn moeite met het produceren van spraak (de spraakklankstoornis), moeite met het gebruik van de gesproken en schriftelijke taal (de taalstoornis) en moeite met het sociale gebruik van de verbale en non-verbale communicatie (de sociale (pragmatische) communicatiestoornis). Hoewel deze moeilijkheden niet in de casusbeschrijving worden genoemd, moet Bram wel op al die problemen worden onderzocht, aangezien taalbeperkingen zo vaak voorkomen bij ASS dat ze zelfs worden genoemd als specificatie van ASS, in plaats van als afzonderlijke, comorbide classificatie.
Vóór de DSM-5 er was, zou Bram hebben voldaan aan de criteria voor de stoornis van Asperger, die een groep mensen beschreven met hoofdkenmerken van autisme (sociale deficiënties en fixaties op bepaalde interesses) in combinatie met een normale intelligentie. Doordat Bram zijn autismespectrumsymptomen met zijn eigen vader gemeen heeft, werd hij echter alleen maar als ‘een beetje vreemd’ beschouwd, maar niet als behept met problemen die moesten worden onderzocht of behandeld. Het ontbreken van een classificatie heeft eraan bijgedragen dat Bram een weerloos doelwit is geworden van gemene pesterijen, iets wat niet ongewoon is bij mensen met ASS. Zonder passende interventies voor zowel zijn kernsymptomen van ASS als het stotteren, loopt Bram een ernstig risico op het voortduren van de blootstelling aan een psychotrauma, met als gevolg dat het misgaat op school.