Voor Rebecca Evenblij, een 24-jarige vrouw die twee dagen geleden is opgenomen op de afdeling gastro-enterologie van het ziekenhuis vanwege ernstige buikpijn, wordt de psychiatrische consultatieve dienst (PCD) gebeld. De opname is via de afdeling spoedeisende hulp verlopen tijdens een exacerbatie van haar onderliggende ziekte van Crohn. De PCD is gebeld omdat de verpleegkundigen haar erg verdrietig en eenzaam vinden en omdat ze moeite heeft zich aan te passen aan haar somatische aandoening.
Rebecca wordt onderzocht door de aios psychiatrie van de PCD. Ze geeft aan dat de pijn niet te harden is en dat ze helemaal niet verdrietig of eenzaam is, maar dat ze niet in haar eigen stad was toen ze de exacerbatie kreeg, dus niemand weet nog dat ze in het ziekenhuis ligt. Ze vertelt de aios dat ze alleen als student weleens behandeld is, door de afdeling studentenpsychologie, waar ze naartoe was gegaan om hulp te krijgen met haar zenuwachtigheid voor tentamens en haar beroepskeuze. Daar heeft ze een geslaagde kortdurende cognitieve gedragstherapie gehad en de zenuwachtigheid is niet meer teruggekomen. Verder zegt ze geen psychiatrische voorgeschiedenis te hebben en nooit psychiatrische medicatie te hebben gebruikt. Aan de universiteit studeerde ze psychologie terwijl ze parttime werkte als verpleeghulp in het ziekenhuis. Ze heeft een carrière als arts of verpleegkundige overwogen en vraagt de aios hoe hij tot zijn keuze voor geneeskunde is gekomen.
Rebecca Evenblij vertelt dat ze vroeger een regelmatige werker was en dat ze ‘best veel vrienden’ heeft gehad, maar dat de steeds terugkerende buikpijn haar sociale leven en haar professionele vooruitzichten heeft verwoest. Een jaar geleden is ze een baan kwijtgeraakt omdat ze te vaak ziek was en ze heeft al verschillende sollicitaties moeten laten schieten omdat haar Crohn opvlamde. In haar tienertijd heeft ze wel vriendjes gehad, maar sinds ze aan de universiteit studeert, is ze single. Al die dingen ‘zijn natuurlijk niet het einde van de wereld, maar hoe zou jij je erbij voelen?’, vraagt ze de aios. Patiënte heeft dagelijks e-mailcontact met andere leden van een internetgroep van mensen met maag-darmproblemen. Ze voegt eraan toe dat de enige in haar familie die haar snapt, een tante is, die ook de ziekte van Crohn heeft. Ze erkent dat ze het moeilijk heeft gevonden om met de ziekte van Crohn te leren leven, maar ze is optimistisch over de mogelijkheid dat haar symptomen zullen verbeteren.
Noch het team van de afdeling gastro-enterologie noch de aios psychiatrie slaagt erin de gastro-enteroloog te vinden die patiëntes primaire behandelaar is. Zij kent zijn naam wel, maar weet niet precies hoe je die spelt. De aios psychiatrie weet wel de moeder van patiënte te bereiken. Deze schat in dat haar dochter minstens zes keer opgenomen is geweest. Dat strookt niet met de melding van patiënte zelf dat ze twee keer eerder opgenomen is geweest. De moeder weet de namen en nummers van haar dochters behandelaars niet meer precies, maar herinnert zich wel een aantal ziekenhuisnamen en zelfs vaag een aantal namen van specialisten. Ze legt uit dat haar dochter nooit wilde dat ze zich met de zorg bemoeide en haar ook niet verteld had dat ze de stad uit was, laat staan dat ze in het ziekenhuis lag. Wel vertelt ze dat de ziekte van Crohn twee jaar geleden is gediagnosticeerd tijdens het laatste semester van haar dochters opleiding.
Bij onderzoek wordt een coöperatieve, welbespraakte vrouw gezien die zich op haar gemak lijkt te voelen. Ze blijft rustig en onbezorgd als het gaat over uit te voeren interventies. Zowel de aandacht als het korte- en langetermijngeheugen zijn intact. Er zijn geen stoornissen in de waarneming en in de vorm en inhoud van het denken. Anamnestisch is er geen sprake van een sombere stemming of suïcidaliteit. Aan het begin van het gesprek is het affect verdrietig, maar naarmate ze meer praat, wordt ze opgewekter. Haar psychomotoriek en spraak zijn niet afwijkend.
Patiënte heeft geen verklaring voor het feit dat het behandelteam haar specialist niet heeft kunnen vinden en raakt geïrriteerd als de aios aandringt op meer informatie over specifieke details over de zorg die ze in het verleden heeft gehad. Na het gesprek wordt ze opgehaald voor een endoscopie en een colonoscopie.
De resultaten van de genoemde darmonderzoeken blijken normaal. Die avond sluit de aios psychiatrie zich aan bij het team van de afdeling maag-darmziekten als zij de hormoonwaarden met patiënte bespreken. Zij zegt dat ze het een opluchting vindt dat ze geen ernstige afwijkingen meer heeft. Het behandelteam vertelt haar dat ze de volgende ochtend uit het ziekenhuis ontslagen kan worden en dat ze er goed aan doet ervoor te zorgen dat haar gastro-enteroloog hen belt. Daar stemt ze direct mee in.
Als het behandelteam is vertrokken vertelt patiënte aan de aios dat ze zich ‘nu al beter’ voelt. Ze verwijdert heel snel haar eigen intraveneuze lijn en begint zich aan te kleden. De aios gaat de verpleegkundige waarschuwen, maar als deze de kamer binnenkomt is patiënte al verdwenen.
De volgende dag probeert de aios psychiatrie de ziekenhuizen en artsen te bereiken die voldoen aan de beschrijvingen van patiënte en haar moeder. Die middag belt een van die artsen terug en vertelt dat hij mevrouw Evenblij een halfjaar geleden in behandeling heeft gehad in een ziekenhuis vlak bij het huis van haar moeder. Die opname vertoont opvallende overeenkomsten met deze: na een kort verblijf in het ziekenhuis is patiënte onverwacht snel vertrokken na een normale uitslag van de colonoscopie.