Buikpijn
Joseph F. Murray, MD
Bespreking
De classificatie nagebootste stoornis beschrijft een cluster van gedragingen zoals die van mevrouw Evenblij, die anders zeer verwarrend zouden zijn. Patiënte voldoet aan alle DSM-5-criteria voor de nagebootste stoornis: ze doet alsof ze ziek is door symptomen voor te wenden; er is geen duidelijke winst te behalen bij de ziekenhuisopname; en er is geen andere stoornis evident die de oorzaak kan zijn, zoals een psychotische stoornis. Hoewel het feit dat mevrouw Evenblij niet specifiek was over eerdere behandelaars een aanwijzing had kunnen zijn voor de mogelijkheid van misleiding, was de classificatie pas te bevestigen na haar ontslag, toen de doortastende aios een recidiverend patroon van bedrog wist te achterhalen.
De motivatie voor het nabootsen en het misleidende gedrag is bij de nagebootste stoornis niet duidelijk. De DSM-5 geeft aan dat de symptomen niet gepaard gaan met een duidelijke externe beloning. Volgens de DSM-IV daarentegen was de motivatiefactor bij de nagebootste stoornis de rol van ‘zieke’. Hoewel het zeker zo kan zijn dat het patiënte om de zorg in het ziekenhuis te doen was, is op geen enkele manier aan te tonen welke onbewuste (en bewuste) motivaties een rol kunnen spelen. Wat echter wel blijkt is dat zij een nagebootste stoornis vertoont en niet simuleert. Simuleren onderscheidt zich van de nagebootste stoornis door concrete beloningen zoals geld, huisvesting en (genees)middelen. In de praktijk kan een patiënt elementen van meerdere stoornissen hebben. Onbewust zou mevrouw Evenblij bijvoorbeeld gemotiveerd kunnen zijn door de ziekenrol, maar misschien geniet ze ook van de toediening van intraveneuze opioïden.
Subjectieve klachten, zoals psychische symptomen en pijn, zijn makkelijker te fingeren. Een patiënt met een nagebootste stoornis kan bijvoorbeeld beweren dat hij depressief is door het overlijden van een dierbare die helemaal niet overleden is. Een patiënt kan ook bloed in een urinemonster toevoegen, insuline of een stollingsremmer nemen, zichzelf injecteren met besmette vloeistof van bijvoorbeeld uitwerpselen, of beweren dat hij een insult heeft gehad. Het is niet moeilijk om erachter te komen hoe je een ziekte kunt nabootsen. Mevrouw Evenblij kan over de ziekte van Crohn veel hebben geleerd door bijvoorbeeld te zoeken op internet, of als ze inderdaad een tante met die ziekte heeft, kan ze haar symptomen hebben nagedaan. Ook kan ze er enig verstand van hebben door haar studentenbaan in het ziekenhuis.
Het is niet vreemd dat clinici vaak een sterke negatieve tegenoverdracht hebben ten opzichte van patiënten die symptomen voorwenden. Zo’n patiënt maakt misbruik van de zorgzaamheid van een clinicus ten opzichte van zieken. Belangrijk voor alle hulpverleners is dat patiënten met een nagebootste stoornis wel degelijk ziek zijn, maar niet op de manier die zij voorwenden.
Ziekte kan zich op veel manieren presenteren, dus is het natuurlijk belangrijk dat een uitgebreide differentiële diagnostiek plaatsvindt. Aan de andere kant moet de mogelijkheid van misleiding — welke reden de patiënt ook kan hebben — professionals in de zorg alert houden als de symptomen geen begrijpelijk beeld geven. Anders kunnen overmatige en soms risicovolle onderzoeken en interventies leiden tot iatrogene consequenties. Aangezien naar schatting 1% van de patiënten in ziekenhuizen een nagebootste stoornis heeft, is het niet per se overmatig kritisch om deze stoornis in de differentiële diagnostiek op te nemen.