Opgewonden

    Donald M. Hilty, MD

    Een man van een jaar of 30 met een Surinaams-creools uiterlijk wordt binnengebracht door de politie bij een SEH-post in de stad. Op de verwijzing staat dat hij schizofreen en ‘opgewonden’ zou zijn. Een van de agenten vertelt dat de man geld had aangeboden voor seks, toen hij op de achterbank van de politiewagen zat. Patiënt noemt zichzelf ‘de nieuwe Jezus’ en wil geen andere naam opgeven. Hij wil niet gaan zitten en rent over de SEH-afdeling heen en weer. Hij wordt gefixeerd en krijgt intramusculair 5 mg haloperidol toegediend. In het verslag van de SEH-arts staat dat hij een ‘psychotische stoornis’ heeft en vervolgens wordt een consult psychiatrie gevraagd.

    Ondanks dat hij is gefixeerd, blijft patiënt buitengewoon geagiteerd en zegt boodschappen van God te krijgen. Op de vraag wanneer hij voor het laatst heeft geslapen, antwoordt hij dat hij geen slaap meer nodig heeft, omdat hij ‘door de hemel is aangeraakt’. Hij praat snel en ge­des­or­ga­ni­seerd, en is moeilijk te verstaan. Er wordt bloed afgenomen voor een volledig bloedbeeld, bloedchemie en een toxicologisch onderzoek. Als patiënt na 45 minuten nog steeds geagiteerd is, krijgt hij 2 mg lorazepam toegediend. Hierdoor wordt hij rustiger, maar hij slaapt nog steeds niet. De fixatiemiddelen worden verwijderd.

    Uit zijn elektronische pa­ti­ën­ten­dos­sier blijkt dat hij twee jaar eerder een vergelijkbare episode heeft doorgemaakt. Zijn toxicologisch onderzoek was destijds negatief. Hij is twee weken opgenomen geweest in een psychiatrische instelling en had als ontslagdiagnose ‘schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis’ gekregen. Hij kreeg indertijd olanzapine voorgeschreven en was voor de follow-up naar een ambulante zorginstelling verwezen. In de follow-updocumentatie wordt naar nog twee eerdere zie­ken­huis­op­na­mes verwezen, maar deze dossiers zijn buiten kantooruren niet in te zien.

    Een uur na het toedienen van de haloperidol wordt patiënt, zittend in een stoel op de SEH, door een psychiater onderzocht. Er wordt een zwaarlijvige man gezien met een creools uiterlijk, die onverzorgd en onwelriekend is, hoewel hij niet naar alcohol ruikt. Hij maakt slecht oogcontact, en kijkt naar de mensen om hem heen: een tikkende klok, de onderzoeker, een verpleegkundige — naar alles wat en iedereen die beweegt. Op de vraag welke datum het is, antwoordt hij met een uitgebreide omschrijving over de onderliggende betekenis van het datumsysteem, en zit hij er één dag naast. Hij kan zich de namen herinneren van de twee agenten die hem naar de SEH hadden gebracht. Hij weigert meer cognitieve onderzoeken te ondergaan. Zijn realiteitsbesef en oor­deels­ver­mo­gen lijken gestoord. Zijn denken is ge­des­or­ga­ni­seerd, snel en moeilijk te volgen. Hij antwoordt ontkennend op de vraag of hij hallucinaties heeft, maar hij geeft wel aan dat ‘God met mij praat’. Er is sprake van grootheidswanen. Zijn stemming bestempelt hij als ‘niet slecht’. Zijn affect is labiel. Vaak lacht patiënt zonder dat daar reden toe is, maar hij raakt ook snel gefrustreerd als hij zich niet begrepen voelt. Hij is niet suïcidaal of homicidaal. Zijn been wiegt snel op en neer, maar hij staat niet op uit zijn stoel en is niet bedreigend voor de onderzoeker.

    Een uur later arriveert de zus van patiënt, nadat zij door een buurman was gewaarschuwd, die had gezien dat haar broer door de politie werd meegenomen. De zus vertelt dat haar broer zich een week eerder vreemd had gedragen, en tijdens een etentje met familieleden ruzie had gemaakt, wat heel ongewoon voor hem was. Ze vertelt dat hij haar had gezegd dat hij geen slaap nodig had en ‘gaven’ had. Sindsdien heeft ze geprobeerd contact met hem op te nemen, maar hij reageerde niet meer op telefoontjes, e-mails of sms’jes. Ze vertelt dat hij niet graag over zijn problemen praat, maar ze had twee keer een potje met olanzapine bij hem thuis zien staan. Hun vader schijnt schizofreen en bipolair te zijn, maar ze heeft hem sinds haar kindertijd niet meer gezien. Ze vertelt dat patiënt doorgaans geen drugs gebruikt. Ze vertelt ook dat hij 34 jaar oud is, tweedegraads wiskundedocent op een middelbare school is, en tot de vakantie nog had lesgegeven.

    Enkele uren later is de heer Hoekstrand — dat blijkt zijn naam te zijn — veel rustiger geworden. Hij is nog steeds van mening dat hij niet goed wordt begrepen en dat het niet nodig was om hem naar de SEH te brengen. Hij spreekt snel en met luide stem. Zijn gedachten springen van de hak op de tak. Hij heeft het over een directe verbinding met God en ‘een belangrijke taak op aarde’, maar op de vraag of hij contact heeft met iemand die ‘de nieuwe Jezus’ wordt genoemd antwoordt hij ontkennend. Hij blijft gespannen en schrikachtig, maar zegt niet achterdochtig of bang te zijn.

    Het lichamelijk onderzoek levert geen afwijkingen op, afgezien van blaren op zijn voeten. Patiënt heeft geen tremoren en zijn peesreflexen zijn levendig en symmetrisch. Er is neurologisch geen sprake van asymmetrie. Het toxicologisch onderzoek is negatief en zijn bloed­al­co­hol­con­cen­tra­tie is 0 promille. Uit de eerste la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoe­ken blijkt dat het ureum in het bloed licht is verhoogd bij een normaal creatinine en dat zijn glucosewaarde 11,7 mmol/l bedraagt. Zijn MCV (mean corpuscolar volume), leverfuncties en mag­ne­si­um­spie­gel vallen binnen de normale waarden.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.