Bang en ongerust
Loes Jongerden, MA; Susan Bögels, PhD
Leo is een 12-jarige jongen die een verwijzing naar de jeugd-ggz heeft gekregen omdat hij al lange tijd bang is zijn ouders te verliezen en sinds relatief korte tijd ook bang is om een ernstige ziekte te krijgen.
Zijn ouders beschrijven een lange voorgeschiedenis met angst, maar Leo’s acute probleem is vijf weken voor het consult begonnen, toen hij naar een tv-programma zat te kijken over zeldzame dodelijke ziekten. Hij werd na afloop bang dat hij misschien zelf een verborgen ziekte had. Volgens zijn ouders zijn er in de voorafgaande maand drie ‘paniekaanvallen’ geweest, met duidelijke angst, duizeligheid, transpireren en kortademigheid. Rond die tijd kreeg Leo ook regelmatig hoofd- en buikklachten. Volgens Leo zelf zijn deze lichamelijke klachten ontstaan doordat hij bang is ziek te zijn, of dat zijn ouders weggaan, maar de pijn was desalniettemin erg onaangenaam. Hij houdt vol dat hij niet bang is om meer paniekaanvallen te krijgen, maar dat hij doodsbang is om ziek en alleen te worden achtergelaten. Deze vrees om ziek te zijn, komt meerdere keren per week opzetten, meestal wanneer Leo in bed ligt en hij ‘iets’ in zijn lichaam ‘voelt’ of iets over ziektes heeft gehoord.
Leo heeft al sinds zijn vroege jeugd last van angsten. Toen hij naar de kleuterschool ging, had hij erg veel moeite om van zijn ouders gescheiden te worden. In groep 5 werd hij korte tijd gepest en hierna kreeg hij zijn eerste paniekaanvallen en werd zijn angst erger. Volgens zijn ouders ‘was er altijd wel weer iets nieuws om bang voor te zijn’. Hij was bijvoorbeeld bang voor de wc, voor het donker, om alleen te slapen, om alleen te zijn en om te worden lastiggevallen.
Zijn meest aanhoudende vrees heeft te maken met de veiligheid van zijn ouders. Het gaat meestal prima als ze gewoon op hun werk of thuis zijn, maar zodra ze onderweg of elders zijn, is hij meestal bang dat ze door een ongeluk om het leven zullen komen. Als zijn ouders laat thuiskomen of samen ergens heen willen of nog even zonder hem een boodschapje doen, raakt Leo helemaal over zijn toeren, en blijft hij ze zonder ophouden bellen en sms’en. Leo is vooral bang dat zijn moeder iets zal overkomen en zij heeft haar eigen activiteiten geleidelijk aan tot een minimum beperkt. Ze zegt dat het voelt ‘alsof hij me zelfs tot in de wc zou willen volgen’. Leo is minder dwingend tegenover zijn vader, en die zegt: ‘Als we hem de hele tijd geruststellen of thuisblijven, wordt hij nooit zelfstandig.’ Volgens hem is zijn vrouw veel te soft en overbezorgd.
Leo en het gezin hebben enkele maanden psychotherapie gehad toen hij 10 jaar oud was. Volgens vader werd moeder door de therapie minder overbezorgd en leek Leo’s angst af te nemen. Moeder is het hier wel mee eens, maar zegt erbij dat ze niet weet wat ze anders zou moeten doen wanneer haar zoon zo in paniek is als ze het huis uit wil, en wanneer hij bang is om een ziekte te krijgen.
Afgezien hiervan zijn er geen bijzonderheden in Leo’s ontwikkeling. Hij doet het over het algemeen goed op school. Volgens zijn leerkrachten is hij stil, maar hij heeft meerdere vrienden en werkt goed met andere kinderen samen. Hij heeft wel gauw de neiging om de bedoelingen van andere kinderen negatief op te vatten. Hij reageert bijvoorbeeld heel gevoelig als hij maar het minste idee heeft dat ze het op hem gemunt hebben.
Leo’s familieanamnese is positief voor paniekstoornis, agorafobie en sociale-angststoornis (sociale fobie) bij de moeder. De oma van moederszijde zou ‘minstens zo’ angstig zijn als Leo’s moeder. Volgens vader komen er geen psychiatrische aandoeningen in zijn familie voor.
Bij onderzoek wordt een vriendelijke, welbespraakte jongen gezien die goed meewerkt en doelgericht is. Zijn cognitieve functies zijn goed. Zijn realiteitsbesef en oordeelsvermogen lijken intact, behalve wanneer deze verband houden met zaken die hem angst inboezemen. Hij is over het algemeen in een ‘goed humeur’, maar huilt als hij praat over zijn vrees om dood te gaan of ziek te worden. Hij antwoordt ontkennend op vragen over suïcidaliteit en gevoelens van hopeloosheid, maar zegt dat hij verschrikkelijk graag zijn problemen de baas wil worden voordat hij naar de middelbare school gaat.