Fetisjismestoornis?
Richard Balon, MD
Tjeerd Nijs is een 65-jarige vertegenwoordiger van een groot bedrijf, die voor een psychiatrisch consult komt nadat zijn vrouw dreigde hem te verlaten. Hoewel hij zegt dat hij zich wat geneert om zijn problemen met een vreemde te bespreken, beschrijft hij zijn seksuele interesse in vrouwenondergoed op tamelijk feitelijke wijze. Deze interesse is een aantal jaar geleden naar boven gekomen en is nooit een probleem geweest totdat hij zes weken geleden door zijn vrouw betrapt werd bij het masturberen. Toen zij hem in een damesslipje en beha zag, werd ze in eerste instantie ‘helemaal gek’ en dacht ze dat hij vreemdging. Toen hij had uitgelegd dat hij geen ander had, ‘sloot ze hem buiten’ en praatte ze bijna niet meer met hem. Toen ze er ruzie over kregen noemde ze hem een ‘viezerik’ en zei ze dat ze een scheiding zou overwegen als hij geen ‘hulp zou zoeken’.
De gewoonte van de heer Nijs is ontstaan in de tijd dat zijn vrouw ernstige artrose en waarschijnlijk een depressie kreeg. Daardoor nam haar algemene activiteitsniveau significant af en met name haar interesse in seks. Zijn ‘fetisj’ was het lichtpuntje in zijn verder saaie zakenreizen. Ook thuis masturbeerde hij wel, maar meestal wachtte hij tot zijn vrouw het huis uit was. Zijn gebruikelijke patroon is dat hij ongeveer twee keer per week masturbeert waarbij hij beha’s en slips gebruikt die hij in de loop van de jaren heeft verzameld. Hij vertelt dat de gemeenschap met zijn vrouw is teruggelopen tot ‘eens in de twee maanden of zo’, maar dat deze steeds wederzijds voldoening geeft.
De heer Nijs is al meer dan dertig jaar getrouwd en het stel heeft twee volwassen kinderen. Hij had eigenlijk dit jaar rustig met pensioen willen gaan, maar niet als dit betekent dat hij de keus heeft tussen ‘alle bezittingen splitsen of de hele dag rondhangen in huis en voor viezerik worden uitgemaakt’. Hij wordt zichtbaar onrustig als hij de huwelijksproblemen bespreekt. Hij beschrijft een recente nacht waarin hij niet kon slapen en ‘continu piekerde’ over zijn huwelijk, maar andere psychische klachten heeft hij niet. Hij heeft opzichtig een aantal stukken ondergoed weggegooid, waardoor zijn vrouw gerustgesteld leek, maar zijn ‘favorieten’ heeft hij gehouden en hij ‘kan altijd weer nieuwe kopen’. Hij zegt gemengde gevoelens te hebben. Hij wil zijn huwelijk niet kwijt, maar hij ziet geen kwaad in zijn nieuwe manier van masturberen. ‘Ik ben niet ontrouw en doe niemand kwaad’, zegt hij. ‘Het windt me nu eenmaal op en mijn vrouw heeft zeker geen zin om een paar keer per week seks te hebben.’
De heer Nijs zegt geen seksuele disfuncties te hebben en voegt daaraan toe dat hij zijn erectie kan handhaven en ook zonder damesondergoed tot een orgasme kan komen. Hij herinnert zich dat hij als tiener al opgewonden raakte van het aanraken van damesondergoed en enkele malen gemasturbeerd heeft naar aanleiding daarvan. Die fantasie is verdwenen toen hij seksueel actief werd met zijn vrouw. Hij zegt dat er geen psychische stoornissen in zijn voorgeschiedenis of die van zijn familie zijn.