Kent de regels niet
Juan D. Pedraza, MD; Jeffrey H. Newcorn, MD
Kevin is een 12-jarige jongen die met tegenzin akkoord is gegaan met een opname op een psychiatrische jeugdafdeling, nadat hij is gearresteerd voor een inbraak in een supermarkt. Zijn moeder zegt dat ze ‘uitgeput’ is en voegt daaraan toe dat het moeilijk is een jongen op te voeden ‘die de regels niet kent’.
Als jong kind was Kevin al ongewoon agressief; hij pestte andere kinderen en pakte hun spullen af. Als hij daarop werd aangesproken door zijn moeder, stiefvader of een leerkracht, begon hij steevast te vloeken en te schoppen. Een straf in het vooruitzicht stellen leek hem niets te doen. Omdat hij disruptief en impulsief was, en ‘niet stil kon blijven zitten’, kreeg hij rond de tijd dat hij naar groep 4 ging de DSM-IV-classificatie aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit (ADHD) en werd hij in een speciaal onderwijsprogramma geplaatst. In groep 6 kreeg hij wekelijks psychotherapie van een psychiater en kreeg hij medicatie voorgeschreven (quetiapine en methylfenidaat). Hij was slechts sporadisch therapietrouw, zowel aan de medicatie als aan de psychotherapie. Op vragen hierover antwoordde hij dat zijn psychiater ‘stom’ was.
In het jaar voorafgaand aan zijn opname is hij op school betrapt op het stelen van spullen (een telefoon, jas en laptop), bestraft voor het afpakken van de portemonnee van een klasgenoot en geschorst nadat hij meermaals met klasgenoten had gevochten. Hij is twee keer voor dit gedrag gearresteerd. Zijn moeder en de leerkrachten zeggen dat hij tegenover vreemden best charmant kan zijn, maar dat mensen doorgaans snel in de gaten hebben dat hij ‘een geboren oplichtertje’ is. Kevin heeft nooit spijt, plaatst de schuld altijd buiten zichzelf en is totaal niet geïnteresseerd in de gevoelens van anderen. Hij is ongeorganiseerd en onoplettend, is niet geïnteresseerd in instructies, en raakt voortdurend zijn spullen kwijt. Hij maakt meestal geen huiswerk, en wanneer dat wel het geval is, is het rommelig. Wanneer iemand er iets van zegt, zegt hij meestal: ‘En? Wat wou je daaraan doen? Wil je me soms vermoorden?’ Volgens Kevin zelf, zijn moeder en zijn leerkrachten, is hij een eenling en is hij bij zijn klasgenoten niet erg geliefd.
Kevin woont bij zijn moeder, stiefvader en twee jongere halfbrussen. Zijn stiefvader is werkloos en zijn moeder werkt parttime als caissière bij een supermarkt. Zijn biologische vader zit een straf uit wegens drugsbezit. Beide biologische grootvaders hebben een voorgeschiedenis met afhankelijkheid van alcohol.
De vroege ontwikkeling van Kevin is normaal. Er waren geen bijzonderheden tijdens de zwangerschap en hij heeft alle ontwikkelingsmijlpalen binnen de normale tijd bereikt. Er is geen voorgeschiedenis van seksueel misbruik of lichamelijke mishandeling. Er is bij Kevin voor zover bekend geen sprake van somatische aandoeningen, alcohol- of middelenmisbruik of betrokkenheid bij een jeugdbende. Hij is nooit met wapens betrapt, heeft zich niet schuldig gemaakt aan brandstichting en is niet bijzonder wreed geweest voor kinderen of dieren. Hij spijbelt vaak, maar is nooit van huis weggelopen of tot ’s avonds laat weggebleven.
Bij onderzoek wordt een nonchalant verzorgde, leeftijdsconforme 12-jarige jongen gezien. Hij kan niet goed stil blijven zitten en maakt slechts af en toe oogcontact met de onderzoeker. Hij zegt dat hij ‘gek’ is, maar voegt toe dat hij veel liever in de gevangenis zit dan op een psychiatrische afdeling. Hij heeft geen opvallende cognitieve deficiënties maar wil niet meewerken aan verdere formele onderzoeken. Zijn realiteitsbesef is beperkt en op basis van zijn voorgeschiedenis wordt zijn oordeelsvermogen gering bevonden. Er zijn geen manifeste psychotische symptomen. Zijn denken is coherent en normaal van snelheid. Zijn stemming lijkt normofoor en zijn affect is prikkelbaar en boos. Hij heeft geen suïcidale of homicidale gedachten. Zijn spraak is luid.