Stijf en vergeetachtig

    James E. Galvin, MD, MPH

    Cees Eijkemans is een 74-jarige rechtshandige man die op het spreekuur komt voor een neu­ro­psy­chi­a­trisch onderzoek. Hij is in de loop van vele jaren geleidelijk stijver, vergeetachtiger en apathischer geworden. Zijn vrouw probeert hem er al enkele jaren van te overtuigen dat hij zich moet laten onderzoeken, en heeft uiteindelijk de nood dermate hoog gevonden dat ze zijn broers ingeschakeld heeft om hem naar dit onderzoek te brengen.

    Volgens mevrouw Eijkemans zijn de problemen van haar man begonnen toen hij op 65-jarige leeftijd met pensioen ging. Hij leek vrijwel meteen ‘uit zijn doen’ en op dat moment heeft zij gedacht dat hij misschien depressief aan het worden was. Hij werd vergeetachtig, zette dingen op de verkeerde plaats terug en vergat rekeningen te betalen. Dat was allemaal niets voor hem. Hij kreeg moeite met het nakomen van afspraken, met het tijdig nemen van medicijnen en met rekensommen. Op haar aandringen om naar een arts te gaan weigerde hij steeds, totdat hij enkele jaren geleden bij een auto-ongeluk betrokken raakte. De arts die zijn, overigens lichte, verwondingen onderzocht, had toen gezegd dat het ongeluk was gekomen door onoplettendheid en een verminderd dieptezicht, en dat meneer Eijkemans eigenlijk geen auto meer mocht rijden en wellicht een vroeg stadium van dementie had.

    Het afgelopen jaar zijn de klachten sterk verergerd. Patiënt kan zich vaak de uitslag van een sportwedstrijd die hij net op tv heeft gezien niet herinneren, of slechts na veel hulp en hints. Hij verzet zich tegen activiteiten als reizen of naar een sociale gelegenheid gaan, terwijl hij daar vroeger van genoot. Hij was ooit een fervent sporter maar is gestopt met zijn regelmatige wandelingen in de buurt omdat hij een paar keer gevallen is. Ook is hij gestopt met de kaartclub omdat hij de regels niet meer begreep. Hij ziet er gedeprimeerd uit en gedraagt zich apathisch, maar geeft aan dat het in het algemeen goed met hem gaat. Hij lijkt zaken niet goed meer te kunnen beoordelen en kan ook eenvoudige problemen vaak niet goed oplossen. Tot zijn pensioen was hij waterbouwkundig aannemer, waarvoor hij een hbo-opleiding heeft afgerond, maar op dit moment kan hij soms eenvoudige huishoudelijke apparaten niet bedienen. Zijn cognitieve problemen lijken te fluctueren; volgens zijn vrouw is hij soms ‘bijna zijn oude zelf weer’, terwijl het op andere momenten lijkt of ze ‘met een zombie in huis woont, een sombere zombie’. Ze zegt dat hij overdag extreem slaperig kan zijn en vaak voor zich uit zit te staren. Ze vertelt ook dat ze intussen zelf uitgeput is.

    Op specifieke vragen over de slaap vertelt mevrouw Eijkemans dat zij noch haar man goed slapen. Dat komt vooral, zegt ze, doordat hij ‘zijn dromen uitbeeldt’. Hij stompt haar en schreeuwt daarbij en valt soms uit bed. Na zo’n nacht heeft zij de volgende ochtend blauwe plekken, en ze is dan ook op de bank gaan slapen. Deze episoden treden enkele keren per maand op. Ze herinnert zich dat deze slaapepisoden al begonnen waren vlak voordat hij met pensioen ging en dat ze zich destijds afvroeg of hij een post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis zou kunnen hebben, maar volgens haar heeft hij geen specifiek psychotrauma gehad. Een paar jaar geleden heeft een vriendin hun een ‘slaappil’ gegeven die bij haar eigen man met dementie had geholpen. Bij de heer Eijkemans had die pil extreme stijfheid en verwardheid gegeven, waardoor zijn vrouw op het punt had gestaan midden in de nacht met hem naar de spoedeisende hulp te gaan.

    Volgens mevrouw Eijkemans heeft haar man nooit een psychiatrische ziekte gehad. Op vragen naar psychotische symptomen zegt ze dat het vaak lijkt alsof hij naar onzichtbare dingen in de lucht grijpt. Dat komt ongeveer twee keer per maand voor.

    Patiënt heeft in de somatische anamnese hy­per­cho­les­te­role­mie, cardiovasculair lijden waarvoor hij een stent heeft, en mogelijk TIA’s (transient ischemic attacks). De familieanamnese is positief voor dementie bij zijn moeder, die begon toen zij halverwege de zeventig was.

    Bij onderzoek wordt een stijve man met een gebogen houding gezien, die de spreekkamer binnen schuifelt. Tijdens het luisteren naar zijn vrouw, die de voor­ge­schie­de­nis vertelt, staart hij vaak de ruimte in en lijkt het gesprek niet te volgen. Bij cognitieve tests haalt hij de schouders op en zegt steeds: ‘Dat weet ik niet.’ Hij ziet er gedeprimeerd uit, maar zegt dat hij zich prima voelt. Zijn stem is zo zacht dat sommige woorden onverstaanbaar zijn, zelfs wanneer de onderzoeker ver naar hem overhelt. Hij heeft een tremor van de rechterhand. Soms kwijlt hij en dat lijkt hij pas te merken wanneer zijn vrouw zijn kin afveegt.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.