Bacteriën
Dan J. Stein, MD, PhD; Helen Blair Simpson, MD, PhD; Katharine A. Phillips, MD
Bespreking
De heer Leeuwmans is er volledig van overtuigd dat zijn huis is besmet met het hiv-virus. Hij kan deze intrusieve gedachte die hem in beslag neemt niet onderdrukken. Hij voelt zich verplicht om op zijn excessieve bezorgdheid te reageren met onredelijke gedragingen. Deze gedragingen slokken zijn dag op en leggen zijn sociale en beroepsmatige leven volledig lam. Hij voldoet aan de DSM-5-symptoomcriteria voor de obsessieve-compulsieve stoornis. Bezorgdheid over besmetting en reinheid met bijbehorende was- en schoonmaakrituelen, is een veelvoorkomende symptoomdimensie bij OCS.
In de DSM-5 zijn ook twee specificaties voor OCS opgenomen. De nieuwe ticgerelateerde specificatie voor OCS is gebaseerd op een toenemende hoeveelheid onderzoek waaruit blijkt dat mensen met OCS bij wie actueel of in het verleden sprake is (geweest) van tics, specifieke kenmerken hebben die hen onderscheiden van andere mensen met OCS, en dat informatie over de aan- of afwezigheid van tics mede richting kan geven aan het onderzoek en de behandeling. Deze patiënt heeft een voorgeschiedenis van motorische tics in de kindertijd. In de DSM-5 wordt verder aanbevolen om te bekijken hoe het is gesteld met het realiteitsbesef, met de specificaties ‘met goed of redelijk realiteitsbesef’, ‘met gering realiteitsbesef’ en ‘met ontbrekend realiteitsbesef/waanovertuigingen’. De specificatie ‘met ontbrekend realiteitsbesef/waanovertuigingen’ wordt niet alleen gebruikt voor OCS, maar ook voor de morfodysfore stoornis en de verzamelstoornis, en lijkt een valide en klinisch relevant onderscheidend kenmerk.
Obsessieve gedachten en dwangmatig gedrag komen ook bij andere psychische stoornissen voor. Patiënten met de in de DSM-5 vermelde ziekteangststoornis hebben een preoccupatie met het hebben of oplopen van een ernstige ziekte en kunnen in verband daarmee excessief gedrag vertonen, zoals overdreven geruststelling zoeken. De heer Leeuwmans maakt zich er zorgen over dat hij hiv zal oplopen, wat zou kunnen leiden tot het overwegen van de ziekteangststoornis. Zijn dwangmatig schoonmaken en controleren zijn echter kenmerkender voor OCS, en patiënt heeft bovendien geen somatische symptomen of andere zorgen over zijn gezondheid. En er is bij hem geen sprake van het steeds controleren van zijn lichaam op tekenen van ziekte, wat bij een ziekteangststoornis vaak wordt gezien. Op vergelijkbare manier kunnen patiënten met een gegeneraliseerde-angststoornis zich zorgen maken over hun eigen gezondheid of die van anderen, maar zij hebben ook andersoortige zorgen en bij hen is er geen sprake van compulsies.
Patiënten met een waanstoornis hebben niet de obsessies, compulsies, preoccupaties of andere symptomen die kenmerkend zijn voor de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen. Andersom kunnen patiënten met een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis met ontbrekend realiteitsbesef/waanovertuigingen de indruk wekken een waanstoornis te hebben, maar zij vertonen geen andere kenmerken van psychotische stoornissen, zoals hallucinaties of een formele denkstoornis. Hoewel er een verband kan bestaan tussen middelengebruik en psychotische symptomen, is er bij deze patiënt geen temporeel verband tussen zijn middelengebruik en het ontstaan van de symptomen. Patiënt heeft verder geen aanwijzingen in zijn anamnese voor een relevante somatische aandoening.
Het zou nuttig zijn om een gedetailleerder beeld te krijgen van de aard en ernst van de OCS-symptomen van deze patiënt, waarin ook vermijding en zijn functionele beperkingen duidelijk worden. Het slonzige, onverzorgde uiterlijk van patiënt bijvoorbeeld, lijkt vreemd voor iemand die zich er druk om maakt dat alles schoon moet zijn. Een verklaring voor zijn onverzorgde uiterlijk zou kunnen zijn dat de ontsmettingsrituelen zo tijdrovend zijn dat hij het vermijdt ermee te beginnen.
Hoewel de classificatie voor deze patiënt duidelijk lijkt, kan het niettemin nuttig zijn om een van de schalen over symptoomernst die voor OCS zijn ontwikkeld te gebruiken, zoals de Nederlandse versie van de Yale-Brown Obsessive Compulsive Scale (Y-BOCS), of een schaal om realiteitsbesef/waanachtigheid te meten, bijvoorbeeld de Brown Assessment of Beliefs Scale (BABS).