Zonderling afgezonderd
Salman Akhtar, MD
Gregor Brinkhaus is een 87-jarige man die door een ambulance naar de spoedeisende-hulpafdeling (SEH) is gebracht. De ambulance was naar zijn appartement gekomen na een oproep van zijn buren, omdat ze een vreemde geur hadden geroken. Het bleek dat zijn 90-jarige zus, die bij hem inwoonde, enige dagen eerder na een lang ziekbed was overleden. Om verschillende redenen had patiënt haar overlijden nog niet gemeld. Hij was in toenemende mate gedesorganiseerd geraakt naarmate zijn zuster zieker werd, en hij was bang dat de huisbaas de staat waarin het appartement zich bevond als reden zou aanvoeren om hem eruit te zetten. Hij had geprobeerd om op te ruimen en schoon te maken, maar die pogingen hadden vooral bestaan uit het verplaatsen van spullen. Hij zei dat hij net op het punt had gestaan om hulp te zoeken, toen de politie en ambulance al op de stoep stonden.
Bij het psychiatrisch consult op de SEH erkent patiënt dat hij zonderling gehandeld heeft, en dat hij eerder had moeten bellen om hulp. Bij vlagen huilt hij tijdens het verslag van zijn toestand en het overlijden van zijn zuster; op andere momenten lijkt hij weer iets gereserveerder en praat hij erover op kalme en feitelijke toon. Hij wil ook graag duidelijk maken dat zijn appartement weliswaar een rommeltje is, maar dat de schijnbare rommel grotendeels bestaat uit zijn grote collectie artikelen over bioluminescentie, een onderwerp waar hij al tientallen jaren onderzoek naar doet.
Patiënt is gediplomeerd en erkend loodgieter, elektricien en slotenmaker en hij heeft tot zijn 65ste gewerkt. Van zijn overleden zuster zegt hij dat ze ‘altijd wat vreemd’ is geweest. Zij heeft nooit gewerkt en is eenmaal heel kort getrouwd geweest. Buiten die paar maanden dat zij getrouwd was, hebben de heer Brinkhaus en zijn zus hun hele leven in een kleine bovenwoning in de stad gewoond, waar ze ook zijn opgegroeid. Geen van beiden heeft ooit een psychiater opgezocht.
Op de vragen over zijn sociale leven antwoordt patiënt dat hij nooit een liefdesrelatie of seksuele relatie heeft gehad en nooit veel vrienden of sociale contacten had, buiten zijn familie. Hij legt uit dat hij altijd een arme Jood is geweest en de hele dag moest werken. Hij was naar de avondschool geweest om ‘deze vreemde wereld’ beter te leren begrijpen, en hij zegt dat zijn intellectuele interesses hem altijd de meeste voldoening hebben gegeven. Hij vertelt dat hij van streek is geweest van het nieuws dat zijn zus terminaal ziek was, maar zijn stemming daardoor zou hij eerder ‘verdoofd’ noemen dan gedeprimeerd. Hij antwoordt tevens ontkennend op vragen naar manische of psychotische symptomen in het verleden. Na een uur met de aios psychiatrie, vertrouwt patiënt hem toe dat hij hoopt dat de medische faculteit na zijn dood belangstelling zal hebben voor een van zijn artikelen. Hij vertelt dat hij denkt dat bioluminescentietechnologie en genetische technologieën op het punt staan om een doorbraak te vormen, waarmee we de huid van dieren en later ook van mensen in subtiele kleuren kunnen laten oplichten zodat we elkaars emoties directer kunnen herkennen. Hij had de aantekeningen voor die technologie al op papier gezet, maar die waren uitgegroeid tot een ‘veel te lange sciencefictionroman met ontzettend veel voetnoten’.
Bij onderzoek wordt een magere, oudere man gezien die net gekleed gaat in een kaki broek en een overhemd. Hij presenteert zijn verhaal nauwkeurig en doelgericht, maar bespreekt veel liever zijn interesse in wetenschap dan zijn eigen verhaal. Hij maakt goed oogcontact en gedraagt zich beleefd en aangenaam. Zijn neurocognitieve vaardigheden zijn intact (niet getest) en zijn realiteitsbesef en oordeelsvermogen worden globaal beoordeeld als goed, hoewel in het recente verleden verstoord, gezien zijn uitstel van het bellen van de politie over zijn zuster. Zijn denken is coherent. Op vragen naar symptomen van een psychose, depressieve stoornis of manie antwoordt hij steeds ontkennend. Buiten zijn opmerkingen over bioluminescentie zegt hij niets wat op wanen duidt. Zijn stemming is ‘prima’, en zijn affect past bij de situatie, hoewel hij gezien de omstandigheden misschien te opgewekt is.