Insomnia en lichamelijke klachten
Russell F. Lim, MD
Bespreking
Mevrouw Kumbau komt voor een psychiatrisch onderzoek naar aanleiding van haar vermoeidheid, insomnia en pijnklachten. Zij bevestigt dat zij last heeft van insomnia, gevoelens van waardeloosheid en vermoeidheid, maar niet van een sombere stemming, anhedonie, agitatie, gewichtsverlies, een slechte concentratie of suïcidegedachten. Ze voldoet aan drie van de negen DSM-5-criteria voor de depressieve stoornis, terwijl er voor de classificatie vijf zijn vereist.
Patiënte noemt een aantal cultuurgebonden kwesties in haar verhaal. In haar huishouden wordt Jinghpaw gesproken en ze woont bij haar zoon en zijn gezin buiten de stad op een boerderij. Zij verbouwen groenten, wat zij, voor zover bekend, ook deden toen ze nog in Birma en Thailand woonden. In de Kachin-cultuur blijven pasgetrouwde stellen meestal bij de familie van de echtgenoot wonen, waardoor vooral de schoonmoeder een prominente positie krijgt. Hoewel patiënte dankbaar is voor haar situatie, kan zij zich desondanks uitgerangeerd en eenzaam voelen, vooral in het kader van het recente overlijden van haar man en het verhuizen van haar dochters naar Oss. Doordat zij functioneel analfabeet is — wat niet ongewoon is in gemeenschappen waarin het weinige beschikbare onderwijs vooral voor jongens openstaat — is patiënte niet in staat om gebruik te maken van verbindingsmiddelen als e-mail en kranten. Haar gevoel van isolement heeft mogelijk te maken met de koordjes die de onderzoeker om haar polsen zag. Ceremonies om geesten op te roepen zijn bedoeld om families te herenigen en dat heeft zij misschien nog wel het meest nodig, gezien de afstand tot haar dochters, haar huis in Zuidoost-Azië, haar Kachincultuur en haar wijdere familiekring en voorouders.
Bij het onderzoek naar de vraag of patiënte een stemmingsstoornis heeft, is het belangrijk om te weten dat er in het Jinghpaw geen woord voor ‘depressie’ bestaat. Zoals veel mensen uit andere culturen noemt patiënte somatische symptomen als insomnia, anergie en lichamelijke pijnklachten om uit te drukken dat zij zich depressief voelt. Dit zijn waarschijnlijk onvoldoende symptomen om volgens de DSM-5 aan de criteria voor een depressieve stoornis te voldoen en volgens de anamnese hebben haar symptomen nog geen twee jaar aangehouden, zodat zij niet voldoet aan een persisterende depressieve stoornis (dysthymie). Het zou goed zijn om een heteroanamnese op te nemen bij een van haar kinderen, die misschien de informatie kan verstrekken om de classificatie hard te maken. Zoals het er nu uitziet, is de DSM-5-classificatie ‘andere gespecificeerde depressieve-stemmingsstoornis (depressieve episode, met onvoldoende symptomen)’ het meest op haar van toepassing.