Per­soon­lijk­heids­con­flic­ten

    Larry J. Siever, MD; Lauren C. Zaluda, BA

    Frits Alberts is een 34-jarige vrijgezel die naar een researchproject over stemmings- en per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen heeft gebeld omdat een vriend eens tegen hem gezegd heeft dat hij ‘een borderliner’ was. De heer Alberts wil graag meer weten over zijn per­soon­lijk­heids­con­flic­ten.

    Tijdens het diagnostische onderzoek vertelt patiënt dat hij zich regelmatig, bijna dagelijks, in situaties bevindt waarin hij er zeker van is dat hij belogen of bedrogen wordt. Hij is vooral op zijn hoede voor mensen in lei­der­schaps­po­si­ties en mensen die psychologie gestudeerd hebben en dus ‘getraind zijn om de menselijke natuur te snappen’, waarvan ze dan gebruik kunnen maken om mensen te manipuleren. Anders dan andere mensen, zo denkt patiënt, ‘neemt hij niet alles voor zoete koek aan’ en heeft hij het beter in de gaten als iemand manipuleert of bedriegt.

    Patiënt is op zijn werk erg op de details, en heeft moeite met delegeren en met het afronden van taken. Verschillende werkgevers hebben al tegen hem gezegd dat hij overmatig hecht aan regels, lijstjes en details, en dat hij vriendelijker zou moeten worden. In de loop der jaren heeft hij steeds verschillende banen gehad, maar hij voegt er snel aan toe: ‘Ik heb even vaak zelf opgezegd als dat ik ben ontslagen.’ Tijdens het onderzoek verdedigt hij zijn eigen gedrag met de stelling dat hij, anders dan veel anderen, de waarde van kwaliteit boven productiviteit inziet. Het wantrouwen van patiënt heeft bijgedragen aan zijn ‘slechte humeur’ en emotionele ‘ups en downs’. Hij gaat alleen ‘oppervlakkig’ met een handjevol kennissen om, en kan zich exact de tijdstippen herinneren waarop ‘zogenaamde vrienden en geliefden’ hem hebben verraden. Hij brengt zijn tijd voornamelijk alleen door.

    Patiënt antwoordt ontkennend op vragen naar een recent of eerder doorgemaakt psychotrauma, problemen met het gebruik van een middel, hoofd- of hersenletsel of verlies van bewustzijn. Hij zegt ook geen eerdere diagnoses of behandelingen voor psychische stoornissen te hebben gehad, maar geeft aan dat hij misschien wel een psychische stoornis heeft die alleen nog nooit is vastgesteld.

    Bij onderzoek wordt een verzorgde, coöperatieve en goed georiënteerde man gezien. De klach­ten­pre­sen­ta­tie van patiënt varieert: soms denkt hij diep na over een antwoord en spreekt hij wat langzaam. Ook zijn toon varieert sterk als hij situaties bespreekt die hem kwaad maken, en veel van zijn antwoorden zijn breedsprakig, langdurig en vaag. Toch lijkt hij in het algemeen coherent en vertoont hij geen aanwijzingen voor per­cep­tie­stoor­nis­sen. Zijn affect is bij vlagen niet congruent (bijvoorbeeld glimlachen tijdens huilen), maar over het algemeen wel ingeperkt. Hij vertelt dat hij onverschillig is of hij wel of niet in leven blijft, maar dat hij geen actieve suïcidale of homicidale gedachten heeft.

    Vermeldenswaard is dat patiënt geïrriteerd raakt en in discussie gaat met de onderzoeker over het feit dat hij weliswaar te zijner tijd inzage kan krijgen in de resultaten van het onderzoek, maar niet direct een kopie krijgt van de ingevulde vragenlijsten en diagnostische instrumenten. Hij merkt op dat hij in zijn persoonlijke aantekeningen zal noteren dat de onderzoekers hebben geweigerd hem deze formulieren meteen te geven.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.