Seksueel disfunctioneren?
Cynthia A. Graham, PhD
Esther Onstenk en Fred Neeven verschijnen op het spreekuur voor relatietherapie omdat ze in toenemende mate kibbelen in de aanloop naar hun trouwerij. Beiden zijn succesvol advocaat en eind dertig. Ze kennen elkaar al sinds de middelbare school en hebben sinds een jaar of twee een relatie. Over ongeveer een halfjaar willen ze gaan trouwen. Beiden antwoorden ontkennend op de vraag of ze eerder al een therapeut hebben geconsulteerd of een classificatie van een psychische stoornis hebben gehad.
De relatietherapeut heeft met hen één gezamenlijk consult afgesproken. Mevrouw Onstenk en de heer Neeven geven beiden aan dat ze zeer verliefd op elkaar zijn en willen dat het huwelijk zal slagen, maar ze zeggen ook dat ze het grootste deel van de tijd ruziemaken. Mevrouw Onstenk vertelt dat ze bewondering heeft voor de grote intelligentie en het evenwichtige karakter van haar verloofde en dat ze niet weet waarom ze zo vaak ruziemaken. De heer Neeven vertelt daarentegen dat hij ‘nog steeds smoorverliefd’ is, maar van streek is door mevrouw Onstenks algemene gebrek aan interesse in hem. Tegen het eind van de sessie vraagt hij aan haar of ze ‘het rooster, de alcohol of het seksuele ding’ wil bespreken, waarop zij glimlacht en zegt: ‘Volgens mij hebben we daar nu geen tijd meer voor.’
De therapeut heeft daarna met elk afzonderlijk een afspraak. Daarbij zegt de heer Neeven dat zijn grootste zorg het gebrek aan interesse in seks bij mevrouw Onstenk is. Het lijkt alsof ze gewoon maar meedoet, zegt hij, en ze zorgt altijd dat ze gedronken heeft. Hij maakt zich zorgen dat hij een ‘zeventje is dat met een tien gaat’, en dat zij hem dus gewoon niet aantrekkelijk genoeg vindt. Hij vreest ook dat hij meer van haar houdt dan zij van hem. En hij piekert over het feit dat hij, al doet hij nog zo zijn best, haar niet tot een orgasme kan brengen of op zijn minst duidelijk opgewonden kan maken. Op zijn beurt neemt hij daardoor steeds minder vaak het initiatief tot seks en als hij het al probeert, komt het vaak voor dat hij ‘het halverwege maar weer opgeeft’. Hij heeft het meerdere keren met haar geprobeerd te bespreken, maar zij houdt vol dat er geen probleem is. De therapeut vraagt wat hij in de gezamenlijke sessie bedoeld had met ‘het rooster’. Hij legt uit dat sinds ze verkering kregen, zij hun gezamenlijke tijd steeds heeft willen beperken tot één doordeweekse nacht, meestal de dinsdagavond, en dan een vrijdag- of een zaterdagavond. Ze beweerde dat dit rooster voor haar nodig was om haar werk af te kunnen krijgen en haar beste vriendinnen te kunnen blijven zien, maar hij is ervan overtuigd geraakt dat het was om hem te vermijden.
Esther Onstenk geeft in haar afzonderlijke sessie aan dat haar grootste probleem de overmatige behoefte van de heer Neeven is. Zij heeft hun weekrooster ingesteld omdat hij anders continu seks met haar wil. Zoals het nu is, wil hij elke keer dat ze samen zijn seks met haar, vaak twee keer per nacht. Ze geeft zonder moeite toe dat ze dronken wordt om gemeenschap te kunnen hebben. Ze vertelt dat ze vanaf haar tienertijd, toen ze begon met vriendjes, altijd alcohol heeft gebruikt om zichzelf te verdoven. Tot haar relatie met Fred Neeven speelden haar seksuele ervaringen zich grotendeels af ‘in dronkenschap en met vreemden’. Ze heeft wel een paar vriendjes gehad, maar de ene was ‘eigenlijk stiekem homo’ en de ander ‘wilde gewoon af en toe gepijpt worden’. Ze heeft haar vriend nooit verteld over deze mislukte avontuurtjes, omdat ze liever heeft dat hij haar blijft zien als de ‘bijna-maagdelijke schoonheid’. Door het alcoholgebruik is gemeenschap voor haar te doen, maar ‘seksuele opwinding is bijna nooit te verdragen’ en maakt dat ze zou willen ‘wegraken’. De afgelopen maanden heeft de heer Neeven in toenemende mate ‘het orgasmeprobleem op de spits gedreven’. In het verleden zou ze het gewoon uitgemaakt hebben met een vriendje dat zich zo opstelt, maar ze vindt nu dat ze het moet volhouden omdat ze de veertig nadert en dit haar ‘laatste kans kan zijn om een baby te krijgen’. Op de vraag waarom ze zelf denkt dat ze deze problemen met seks heeft, kijkt mevrouw Onstenk ongeveer een minuut het raam uit en zegt dan: ‘Dat ga ik u niet vertellen.’