Verward en uitgeput
George S. Alexopoulos, MD
Bep Draijer is een vrouw van 76 jaar. Ze heeft last van somberheid, verminderde interesse in plezierige activiteiten, buitensporige bezorgdheid over haar financiën, gevoelens van onzekerheid in de omgang met anderen, concentratieproblemen en moeite om op haar woorden te komen. Ze heeft haar sociale bezigheden verminderd en gaat niet meer naar het ouderencentrum. Ook is ze uit het wekelijkse kaartclubje gestapt omdat ze zich niet meer kon concentreren en de kaarten niet meer kon onthouden. In de afgelopen twee maanden is ze bijna 4 kilo afgevallen en heeft ze slecht geslapen omdat ze steeds wakker werd met een hoofd vol kwellende muizenissen. Het is voor haar voor het eerst dat ze psychiatrische klachten heeft.
Mevrouw Draijer heeft hypertensie, hyperlipidemie en een voorgeschiedenis met coronair arterieel lijden, waarvoor ze een stent heeft gekregen. Ze gebruikt hydrochloorthiazide, de angiotensinereceptorantagonist olmesartan, atorvastatine en een lage dosis aspirine. Ze heeft ongeveer dertig jaar een half pakje sigaretten per dag gerookt.
Bij onderzoek wordt een verwarde vrouw gezien die eruitziet alsof ze totaal uitgeput is. Het kost haar veel tijd om vragen te beantwoorden. Ze is gepreoccupeerd met haar financiën maar het lukt om haar tijdelijk gerust te stellen. Ze klaagt over vergeetachtigheid. Ze herinnert zich twee van vier objecten na drie minuten, en herkent nog een derde als ze verschillende opties krijgt. In een minuut kan ze veertien zaken opsommen die in een supermarkt verkrijgbaar zijn. Het lukt haar niet om voorwerpen te clusteren in soorten. Ook heeft ze moeite een lijst van afwisselend groenten en kledingstukken op te noemen; ze geeft twaalf goede antwoorden en maakt vier fouten. Bij het tekenen van een klok brengt ze de uren niet gelijkmatig aan, maar ze plaatst de wijzers correct. Haar score op de Mini-Mental State Examination (MMSE) is 24/30. Bij de Strooptest geeft ze 22 correcte antwoorden in een minuut. Bij deze test wordt de responsinhibitie getest door de proefpersoon te vragen de kleur van de inkt te noemen waarin een kleurwoord gedrukt is dat niet met die drukkleur strookt (bijvoorbeeld het woord ROOD gedrukt in blauwe inkt). Haar stemming is gedeprimeerd en angstig en het affect is somber.
Uit het neurologische onderzoek komen geen bijzonderheden. Bij een CT-scan van het hoofd worden duidelijke verdichtingen gezien in de periventriculaire en subcorticale witte stof.