Bespreking
Naomi lijkt onderliggend een verlegen temperament te hebben. Helaas is het de wet van de jungle dat verlegen kinderen vaak worden gepest. Als zij nooit goed leren hoe ze zichzelf moeten verdedigen, kan het pesten escaleren, vooral tijdens de middelbareschooljaren. Hierdoor kunnen deze angstgevoelige adolescenten, die van zichzelf al een verhoogd risico hebben, worden getraumatiseerd door hun leeftijdgenoten. Zoals bij Naomi gebeurde, kan de combinatie van hevige angstsymptomen en een sociaal isolement tot een verhoogd risico op suïcidegedachten en suïcidaal gedrag leiden.
Tegen de tijd dat Naomi naar een psychiater ging, had zij al jarenlang lijdensdruk ervaren en leek zij in aanmerking te komen voor een cluster van drie DSM-5-classificaties, die vaak comorbide zijn. Ten eerste heeft zij een duidelijke en excessieve angst in meerdere sociale situaties, ook met haar leeftijdgenoten. Deze situaties roepen de vrees op voor gek te staan, en worden vrijwel altijd vermeden. Patiënte voldoet aan de symptoomcriteria en daarmee ook aan de classificatie sociale-angststoornis (SAS).
Zoals vaak bij kinderen en adolescenten gebeurt, zijn de angsten van Naomi nadat ze werd gepest een eigen leven gaan leiden. Aanvankelijk ging ze sociale situaties die angst opriepen uit de weg; dit is een onderdeel van haar SAS. Die angst breidde zich echter geleidelijk uit en explodeerde; ze raakte al in paniek toen ze alleen maar de deur uit wilde gaan. Toen bleek dat ze zelfs niet meer alleen naar een nabijgelegen park kon gaan, kwam een tweede DSM-5-classificatie, agorafobie, in aanmerking. Dat de klachten zich uitbreiden komt zo vaak voor bij kinderen en adolescenten dat het behandelonderzoek zich tegenwoordig richt op een aantal DSM-angststoornissen in plaats van op één enkele stoornis.
Bij patiënte moet ook gedacht worden aan een derde DSM-5-classificatie: de posttraumatische-stressstoornis (PTSS). Zij heeft blootgestaan aan hevig en langdurig pesten, wat tamelijk traumatiserend is, vooral wanneer een kind sociaal geïsoleerd is en een kwetsbare periode in zijn ontwikkeling doormaakt. Om aan de DSM-5-criteria voor PTSS te voldoen, moet patiënte gedurende minstens een maand klinisch significante symptomen vertonen op vier verschillende gebieden: intrusieve symptomen (ze zegt iedere nacht nachtmerries te hebben), vermijding (van leeftijdgenoten), negatieve veranderingen in cognities en stemming (een overtrokken en negatief beeld van zichzelf), en veranderingen in arousal en reactiviteit (altijd op haar hoede). Aangezien sommige van deze symptomen ook bij de sociale fobie van patiënte kunnen passen, is een klinisch oordeel nodig om overdiagnosticeren van PTSS te voorkomen. Desalniettemin ziet het ernaar uit dat deze aandoeningen bij patiënte comorbide zijn. Daarnaast is het belangrijk na te gaan of deze angstsymptomen zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening of aan het gebruik van medicatie of middelen, maar dit lijkt in het geval van patiënte niet aan de orde.
Bij een onderzoek van psychotraumatische ervaringen zoals patiënte als adolescent heeft meegemaakt, is het belangrijk om in gedachten te houden dat kinderen weliswaar de pestkoppen zijn, maar dat leerkrachten en toezichthouders ook aan het probleem bijdragen, omdat zij onvoldoende aandacht schenken aan de dynamiek die op het schoolplein speelt. Dit lijkt in het geval van patiënte zeker het geval. Bovendien lijkt het erop dat de ouders van patiënte haar wanhopige situatie hebben kunnen negeren tot zij ongerust werden over de gevolgen voor haar studiekeuze.
Daarnaast is van belang dat moeder van patiënte een luidruchtige, explosieve vrouw is, en dat patiënte vanaf haar vroege jeugd heeft vermeden om haar ‘van streek’ te maken. Deze problematische moeder-kindrelatie heeft mogelijk een rol gespeeld in het ontstaan van Naomi’s verlegenheid. De angst voor de uitbarstingen van moeder kan, bijvoorbeeld, hebben bijgedragen aan het gevoel dat patiënte niet veilig was, en hierdoor heeft ze mogelijk niet de instrumenten kunnen ontwikkelen die ze nodig heeft om voldoende assertief te worden. Naarmate het psychiatrisch onderzoek vordert, kan het goed zijn om met Naomi te onderzoeken of de reden dat ze niet voor zichzelf opkomt tegen pesters, iets te maken heeft met haar intense verlangen om in niets op haar luidruchtige en beangstigende moeder te lijken.