Wanhoop

    Cheryl Munday, PhD; Jamie Miller Abelson, MSW; James Jackson, PhD

    Bespreking

    Mevrouw Sahbi meldt zich met een acht tot tien maanden durende aanhoudend aanwezige sombere stemming, anhedonie, slecht slapen, verminderde eetlust met gewichtsverlies, anergie en gedachten over de dood. Ze haalt gemakkelijk de vereiste vijf van negen symptomen van een depressieve stoornis. Er zijn geen aanwijzingen dat de symptomen door een middel of een somatische aandoening zijn veroorzaakt. Ze is zodanig overstuur en disfunctioneel dat klinische aandacht op zijn plaats is. Ze voldoet daarom aan de criteria voor een depressieve stoornis volgens de DSM-5. Daarnaast vertoont zij klassieke melancholische kenmerken: ze vertelt vrijwel geen enkele activiteit meer leuk te vinden, beschrijft een specifieke kwaliteit van de sombere stemming (gekenmerkt door diepe neer­slach­tig­heid of wanhoop), voelt zich geregeld ’s ochtends het slechtst, heeft significant gewichtsverlies en heeft excessieve schuldgevoelens.

    De prikkelbaarheid van patiënte is opvallend. Vooral bij be­vol­kings­groe­pen waarin een taboe rust op psychische aandoeningen, wordt prikkelbaarheid sneller bevestigd dan somberheid. Klachten over prikkelbaarheid kunnen horen bij manie of hypomanie, maar patiënte vertoont overigens geen manische symptomen.

    Een belangrijke specificatie bij de depressieve stoornis is of er sprake is van een eenmalige of een recidiverende episode. Het is niet duidelijk of patiënte een depressieve stoornis had na het overlijden van haar vader, toen ze nog een kind was. Om hierachter te komen zou de clinicus deze symptomen van lang geleden moeten uitvragen. Het is interessant dat zij destijds vanwege prikkelbaarheid en ruzies met haar klasgenoten gesprekken heeft gehad met een vertrouwde leerkracht.

    Doordat de leerkrachten afwisten van de dood van haar vader, hebben zij misschien rekening gehouden met haar somberheid, maar in haar geval zou het niet ongewoon zijn geweest om het label ‘impulsief en disruptief’ te krijgen in plaats van te worden gezien als een verdrietig jong meisje dat hulp nodig heeft.

    Er is meer informatie nodig over het tussenliggende beloop om te kunnen vaststellen of patiënte een persisterende sombere stemming heeft (gedurende twee jaar, meer dagen wel dan niet) om te overwegen of een persisterende depressieve stoornis (dysthymie) als extra classificatie van toepassing is. Het gegeven dat allochtone be­vol­kings­groe­pen minder vaak gebruikmaken van de ggz en minder snel hulp zoeken, kan ertoe leiden dat hun ziekte langer aanhoudt en zij minder antidepressiva gebruiken. Patiënte is gestopt met de fluoxetine omdat ze er moe van werd, maar het kan ook zijn dat ze de medicatie en haar vorige therapeut is gaan wantrouwen.

    Mevrouw Sahbi is op haar hoede voor professionele zorgverleners. Ze vond het niet prettig dat haar vorige psychiater zich ‘met mijn zaken ging bemoeien’, en maakte geen goed oogcontact met de mannelijke onderzoeker van middelbare leeftijd. Verschillen in etnische en sociaal-economische kenmerken kunnen de therapeutische relatie negatief beïnvloeden en het be­han­del­re­sul­taat van patiënte hangt mogelijk deels af van de vraag of de therapeut er op tactvolle wijze in slaagt het op cultuur gebaseerde wantrouwen dat mogelijk de behandeling van patiënte beïnvloedt, aan de orde te stellen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.