Achterdocht en hallucinaties
Lorin M. Scher, MD; Barbara J. Kocsis, MD
Dorianne Franssen, een 54-jarige voormalige serveerster, wordt door haar man op de afdeling spoedeisende hulp binnengebracht omdat ze toenemend wanen en visuele hallucinaties heeft. Haar man vertelt dat ze sinds tien jaar geregeld onrustig is en sinds een halfjaar heel achterdochtig voor haar doen. Sinds enkele weken tot maanden klaagt ze dagelijks over ‘enge visioenen’. Patiënte noemt haar ervaringen ‘mijn nachtmerrie’ en vertelt erover: ‘Ik zie dan een rechter voor me staan, zo helder als wat. Het is een goede rechter, maar ik gooi bommen naar hem en ik kan er niet mee stoppen. Ik ben als de dood!’ Zowel patiënte als haar man kan geen duidelijke aanleiding aangeven. Zij zeggen beiden dat ze geen medicijnen of drugs gebruikt die deze ervaringen kunnen veroorzaken.
Vier weken voorafgaand aan dit onderzoek heeft de heer Franssen haar ook naar de afdeling spoedeisende hulp gebracht, omdat haar klachten en verschijnselen ‘de pan uit rezen’ en ‘zij het niet uithield met haar visioenen’. Bij dat bezoek was het lichamelijk onderzoek normaal en waren de laboratoriumuitslagen negatief. Zij is toen opgenomen op de afdeling psychiatrie en kreeg de classificatie ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Als medicatie kreeg ze een lage dosis risperidon en clonazepam. De levendige hallucinaties namen binnen enkele dagen vanaf het starten van die medicatie aanzienlijk af. Na twee weken is ze ontslagen uit het ziekenhuis. Daarna heeft ze enkele weken de rechter niet meer genoemd. Maar ondanks dat ze de medicatie is blijven gebruiken, zijn dezelfde ‘visioenen’ teruggekomen. Sinds een week zijn ze nu bijna continu aanwezig.
Tot een jaar of tien geleden heeft patiënte zich altijd ‘prima’ gevoeld, maar in het afgelopen decennium heeft ze meerdere psychiaters geconsulteerd vanwege agitatie, achterdocht en bij vlagen agressie. Op haar 45ste kreeg ze voor het eerst de diagnose ‘schizofrenie’ toegewezen, maar voor het overige waren haar diagnoses ‘niet specifiek’. Zij noch haar man kan zich precies de namen van alle psychiatrische middelen herinneren die ze in deze jaren heeft gekregen, maar er zaten in elk geval middelen tegen depressiviteit, angst en verwardheid bij.
Patiënte heeft jarenlang een half pakje sigaretten per dag gerookt. Ze drinkt echter zelden alcohol en heeft nooit drugs gebruikt. Ze is twintig jaar lang serveerster geweest, maar stopte tien jaar geleden met dit werk omdat ze vaak ‘dienbladen liet vallen’, bestellingen vergat en duidelijk prikkelbaar was. Rond die tijd is ze eens gearresteerd omdat ze ‘iemand geslagen had’ in een winkelcentrum. Zij en haar man hebben toen besloten dat ze behoefte aan minder stress had.
Patiënte heeft twee gezonde volwassen kinderen die eind twintig zijn. Ze heeft één zus met ‘depressie en prikkelbaarheid’. De moeder van patiënte is tien jaar geleden overleden, toen ze 70 was. Zij was al jaren rolstoelgebonden vanwege ernstige dementie, houdingsinstabiliteit en onwillekeurige bewegingen. De grootvader van moederszijde ‘is ziek geworden’ toen hij eind vijftig was en hij heeft op 62-jarige leeftijd suïcide gepleegd.
Bij het status-mentalisonderzoek wordt een leeftijdsconforme vrouw van 54 gezien. Ze is slank gebouwd en ziet er verzorgd uit met een goede hygiëne. Ze zit naast haar man en houdt zijn hand vast. Ze kijkt vaak naar hem als ze een vraag krijgt. Ze maakt intermitterend maar wel intensief oogcontact. Bij de cognitieve beoordeling is ze alert en georiënteerd in tijd, plaats en persoon. Haar aandacht is goed te trekken en te behouden, maar ze heeft significante beperkingen in zowel het korte- als het langetermijngeheugen. Ze is gepreoccupeerd met visuele hallucinaties en paranoïde wanen. Ze geeft ook tijdens het onderzoek aan te hallucineren. Haar denken is samenhangend maar vertraagd. Ze zegt geen suïcidale of homicidale gedachten of plannen te hebben. Ze beschrijft haar stemming als ‘helemaal niet goed’ en haar affect is afgestompt en weinig reactief. Ze spreekt zacht en langzaam, met minimale spontaniteit. Ze heeft een matige psychomotorische vertraging en maakt waarneembare onwillekeurige ‘dansachtige’ bewegingen met de romp en armen. Bij de Mini-Mental State Examination (MMSE) en de kloktekentest blijkt ze een matig ernstige beperking van het plannen en van de visuospatiële taken te hebben.
Op de spoedeisende-hulpafdeling gaven de eerste testresultaten, onder andere van uitgebreid laboratoriumonderzoek, geen bijzonderheden te zien. Patiënte wordt opgenomen op de psychiatrische afdeling, om veiligheidsredenen en om haar psychotische symptomen verder te beoordelen en te behandelen.