Achterdocht en hallucinaties
Lorin M. Scher, MD; Barbara J. Kocsis, MD
Bespreking [vervolg]
Nadat patiënte op de afdeling psychiatrie is opgenomen met een ongespecificeerde psychotische stoornis, wordt er een MRI (beeldvorming met magnetische resonantie) van de hersenen gemaakt om het bestaan van een massa of laesie (bijvoorbeeld tumor of ischemie) en demyelinisatieprocessen (bijvoorbeeld multiple sclerose) uit te sluiten. De MRI-bevindingen zijn normaal en de afdeling neurologie wordt gevraagd om diagnostische ondersteuning en afname van een eeg om een mogelijke convulsiestoornis op te sporen. Het elektro-encefalogram is negatief voor convulsieve activiteit.
Gezien de aard en het tijdsbeloop van de symptomen van patiënte, in combinatie met de familieanamnese met dementie en laat in het leven ontstane psychiatrische stoornissen, wordt de belangrijkste verdenking van het neurologische en psychiatrische team de mogelijkheid van de ziekte van Huntington. Na een uitgebreide bespreking met patiënte en haar man stemt zij in met een erfelijkheidsonderzoek op de ziekte van Huntington. Deze test valt positief uit. De psychosociale behandeling en medicatie worden hierop afgestemd, waarna patiënte en haar man verwezen worden naar een gespecialiseerd centrum voor de behandeling en begeleiding van patiënten met de ziekte van Huntington.