Omgaan met de ziekte van Parkinson

    Thomas W. Meeks, MD

    Gert Anssems, een 79-jarige man, wordt voor een onderzoek van zijn depressieve klachten verwezen naar een psychiater. Sinds de heer Anssems zes jaar geleden de diagnose ziekte van Parkinson kreeg, heeft hij hier goed mee om kunnen gaan en is hij de meeste van zijn activiteiten blijven doen.

    Drie maanden voor de verwijzing is patiënt echter steeds meer uitnodigingen voor afspraken met vrienden en familie af gaan zeggen. Hij vertelt dat hij meer teruggetrokken raakte omdat hij geen plezier meer had in dingen waar hij voorheen enthousiast over was, maar ook dat hij zich niet voortdurend somber of ongerust voelt. Hij zegt dat hij inderdaad ‘niet zichzelf’ is, en dat hij tevergeefs heeft geprobeerd om zichzelf ‘moed in te praten’. Tot zijn pensionering op zijn 65ste heeft hij als docent natuurkunde op een middelbare school gewerkt. Hij vertelt dat zijn leerlingen hem inspireerden om ‘het glas altijd halfvol te zien’. Hij voelt zich gefrustreerd dat hij er voor het eerst niet in slaagt om ‘los te laten’, maar heeft wel positieve verwachtingen van de professionele hulp. Hij maakt duidelijk dat hij weliswaar niet bang is om te sterven, maar toch zo lang mogelijk van het leven wil blijven genieten. Hij voegt daaraan toe: ‘God geeft me nooit meer dan ik aankan. Ik had me geen fijner gezin kunnen wensen en ik heb een rijk leven gehad.’

    In de afgelopen twee maanden zijn er andere nieuwe klachten ontstaan, waaronder een toegenomen vermoeidheid, geheugen- en con­cen­tra­tie­pro­ble­men, onbedoeld gewichtsverlies (7% van de BMI binnen een periode van twee maanden), rusteloos slapen en moeite met inslapen.

    Zijn vrouw, met wie hij 54 jaar is getrouwd, heeft al bijna twee jaar gemerkt dat patiënt midden in de nacht soms hevig aan het woelen is, en dat hij af en toe in zijn slaap naar haar uithaalt. Wanneer hij na zo’n incident wakker wordt, praat hij samenhangend en zegt hij vaak dat hij heeft gedroomd dat hij van iets weg aan het zwemmen of rennen was. Zijn vrouw heeft kort nadat de diagnose ziekte van Parkinson was gesteld, het autorijden van patiënt overgenomen, maar afgezien hiervan kan hij de activiteiten van het dagelijks leven zelfstandig uitvoeren, zoals rekeningen betalen en zijn medicatie organiseren. Volgens zijn vrouw is hij de afgelopen jaren ‘misschien een beetje vergeetachtiger geweest’, maar geen van beiden maakt zich zorgen om zijn lichte geheugenverlies.

    In de somatische anamnese staan prostaatkanker (in remissie), staar en jicht. De psychiatrische familieanamnese is alleen positief voor autisme bij een kleindochter. Hij maakt geen melding van problematisch middelengebruik en drinkt niet meer dan twee tot drie glazen wijn per jaar. Hij heeft nooit eerder depressieve episoden, een psychiatrische behandeling of een psychiatrisch onderzoek gehad.

    Bij het status-men­ta­lis­on­der­zoek wordt een vriendelijke, coöperatieve man gezien die goed contact maakt. Hij heeft een lichte tot matige tremor bij rust, een schuifelende gang, hypofonie en bradykinesie. Er zijn geen aanwijzingen voor een psychose. Hij lacht af en toe, maar het is door zijn maskergelaat lastig in te schatten hoe zijn affect is. Zijn stemming beschrijft hij zelf als ‘zozo’.

    Bij neurocognitief testonderzoek heeft patiënt moeite met de Trial Making Test (TMT) deel B, het natekenen van een figuur, en zich een reeks woorden herinneren; bij deze laatste test helpen hints over de bijbehorende categorie. Hij scoort 25/30 op de Mini-Mental State Examination (MMSE).

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.