Alcoholonttrekking
Roger D. Weiss, MD
Bespreking
De heer Uittenbosch voldoet duidelijk aan de criteria voor het alcoholonttrekkingssyndroom. Behalve dat hij recent is gestopt met zwaar en langdurig alcoholgebruik, vertoont hij de volgende symptomen: autonome hyperactiviteit, tremor van de handen, insomnia, misselijkheid, psychomotorische agitatie en angst. Met andere woorden: zes van de acht criteria voor het alcoholonttrekkingssyndroom zijn bij hem aanwezig, veel meer dus dan de vereiste twee.
De vier voornaamste symptomen van het alcoholonttrekkingssyndroom zijn: slaapproblemen, misselijkheid, transpireren en beven.
Het alcoholonttrekkingssyndroom treedt op binnen het kader van lichamelijke afhankelijkheid. Hoewel het syndroom ook kan voorkomen bij mensen met een ernstige afhankelijkheid die minder gaan drinken, treedt het meestal op na het plotseling en volledig staken van het alcoholgebruik. De onttrekkingssymptomen beginnen dan gewoonlijk binnen 4 tot 12 uur na de laatste inname en bereiken 24 tot 48 uur na de laatste inname hun piekintensiteit.
Een belangrijk doel in de farmacologische behandeling van een onttrekkingssyndroom is het voorkómen van de twee ernstigste complicaties van alcoholonttrekking: (1) tonisch-klonische insulten en (2) een delirium door alcoholonttrekking (ook bekend onder de naam delirium tremens). Epileptische insulten komen voor bij ongeveer 3% van de patiënten met alcoholonttrekking, meestal 7 tot 48 uur na de laatste inname, en in de meerderheid van de gevallen 17 tot 24 uur nadien. In sommige omstandigheden wordt een epileptisch insult nog gevolgd door een delirium door alcoholonttrekking, met als voornaamste kenmerk fluctuaties in het bewustzijn en desoriëntatie, die over het algemeen gepaard gaan met ernstige autonome hyperactiviteit. Het grootste risico op een delirium lopen patiënten met ernstige somatische aandoeningen en een langdurige voorgeschiedenis van zeer zwaar alcoholgebruik. Aangezien een delirium door alcoholonttrekking soms fataal is, moet het voortvarend worden behandeld op een afdeling voor intensieve zorg. Het is een belangrijk gegeven dat insulten soms gevolgd worden door een delirium, maar dat het omgekeerde zelden voorkomt. Als een patiënt een delirium doormaakt en vervolgens een tonisch-klonisch insult krijgt, dient de clinicus dan ook op zoek te gaan naar een andere oorzaak voor het insult (bijvoorbeeld een subduraal hematoom).
De heer Uittenbosch voldoet ook aan de criteria voor een stoornis in alcoholgebruik. Ondanks herhaalde pogingen om te stoppen met drinken, heeft hij grote hoeveelheden alcohol genuttigd. Hij heeft een sterke hunkering naar alcohol en is het blijven gebruiken ondanks de problemen op zijn werk en in zijn huwelijk, die direct lijken te worden verergerd door zijn alcoholgebruik en de tijd die het hem kost om te herstellen van de toestand van intoxicatie waarin hij elke avond terechtkomt. Verder heeft hij zowel tolerantie als onttrekkingssymptomen laten zien. Patiënt voldoet dan ook aan minstens acht van de elf criteria voor de stoornis in alcoholgebruik, en komt daarmee in aanmerking voor de specificatie ‘ernstig’.