Al­co­ho­lont­trek­king

    Roger D. Weiss, MD

    Nico Uittenbosch is een 41-jarige soft­wa­re­ont­wik­ke­laar die deelneemt aan een be­han­del­pro­gram­ma voor problematisch alcoholgebruik, en als voornaamste klacht beschrijft: ‘Ik moet stoppen met drinken, anders gaat mijn vrouw van me scheiden.’

    Tijdens het opnamegesprek vertelt patiënt dat hij dagelijks ongeveer één liter wodka drinkt en dat het al meer dan twee jaar geleden is dat hij voor het laatst een dag niet dronk. Aanvankelijk dronk hij jarenlang alleen na thuiskomst van zijn werk, maar sinds ongeveer een jaar begint hij op vrije dagen ’s morgens al met drinken. De laatste tijd voelt hij zich elke ochtend ‘beverig’ en verhelpt hij dat gevoel soms met een borrel, waarna er door de dag heen nog meer volgen.

    Patiënt ervaart in samenhang met zijn drinkgedrag een aantal problemen. Zijn vrouw ‘zit er helemaal doorheen’ en overweegt van hem te scheiden. Zijn ooit zo veelbelovende carrière is ‘in het slop geraakt’ doordat hij zich op zijn werk steeds moeilijker kan concentreren. Bovendien vergt het steeds meer tijd om te herstellen van de effecten van het drinken en merkt hij dat hij evenveel bezig is met het bedenken van strategieën om te stoppen als om onopgemerkt een volgende borrel te kunnen nemen.

    Patiënt probeerde voor het eerst alcohol toen hij nog op de middelbare school zat, en vertelt dat hij de drank destijds al beter verdroeg dan zijn vrienden. In zijn studietijd was hij een van de zwaarste drinkers in een dispuut dat bij de stu­den­ten­ver­e­ni­ging bekendstond als ‘de Zwijnenstal’. Nadat hij de dertig was gepasseerd ging hij steeds vaker drinken, niet meer alleen in het weekend, zoals vroeger, maar dagelijks. En waar hij voorheen alleen bier dronk, is hij het afgelopen jaar overgestapt op wodka. In de loop der jaren heeft hij vele malen bijeenkomsten van de Anonieme Alcoholisten bezocht, maar meestal begon hij direct na zo’n bijeenkomst al weer te drinken. Een reguliere behandeling voor zijn alcoholprobleem heeft hij nog nooit gehad.

    Op vragen naar recent gebruik van andere middelen antwoordt patiënt ontkennend; in zijn studietijd heeft hij wel af en toe cannabis gerookt en cocaïne gesnoven, maar daarna niet meer. Hij heeft nooit andere drugs gebruikt, en hij gebruikt ook geen medicijnen. Hij rookt niet. In zijn studietijd heeft hij een paar keer een black-out gehad, maar ook dat is later niet meer voorgekomen. Zijn anamnese is negatief voor epileptische insulten en andere lichamelijke problemen. Zijn familieanamnese is positief voor al­co­holaf­han­ke­lijk­heid bij zijn vader en opa van vaders kant.

    Patiënt begint om 15.00 uur ’s middags met het be­han­del­pro­gram­ma voor problematisch alcoholgebruik, en heeft op dat moment sinds de vorige avond niet meer gedronken. Hij transpireert en heeft een aanzienlijke tremor in beide handen. Hij klaagt over angst, rusteloosheid, prikkelbaarheid, misselijkheid en recente slapeloosheid.

    Bij het onderzoek wordt een transpirerende man met een nonchalant uiterlijk gezien, die coöperatief is, maar nerveus loopt te ijsberen en al meteen zegt: ‘Nog even en ik flip.’ Hij is alert en goed georiënteerd in tijd, plaats en persoon. Zijn aandacht is verminderd te trekken en vast te houden, maar hij heeft geen opvallende ge­heu­gen­de­fec­ten (niet getest). Patiënt heeft noch auditieve, visuele of tactiele hallucinaties, noch wanen. De vorm van het denken is normaal. Patiënt geeft aan niet depressief te zijn. Zijn spraak is normaal van tempo, ritme en toon.

    Kenmerken die opvallen bij het lichamelijke onderzoek zijn het transpireren, de bloeddruk van 155/95, de hartslag van 104 slagen per minuut, de ernstige tremor in de bovenste ledematen en de hyperactieve diepe peesreflexen aan alle ledematen. Het la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoek levert geen bijzonderheden op, afgezien van de leverfuncties, met waarden die ongeveer drie keer zo hoog zijn als normaal.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.