Problemen op school

    Arden Dingle, MD

    Daphne is een meisje van 13 jaar en zit in de tweede klas van het voortgezet onderwijs. Ze is doorverwezen voor psychiatrisch onderzoek vanwege problemen met leren en haar gedrag. Ze heeft vooral moeite om met haar schoolwerk te beginnen, haar werk af te maken en instructies op te volgen, en ze scoort onvoldoendes voor wiskunde. Als ze wordt aangemoedigd om taken af te maken, reageert Daphne prikkelbaar en tegendraads. De laatste tijd verzet ze zich er steeds meer tegen om naar school te moeten, en vraagt dan of ze thuis mag blijven bij haar moeder.

    Uit tests blijkt dat Daphne een bovengemiddelde intelligentie heeft, dat ze op alle vakken behalve wiskunde conform haar leeftijd presteert, en dat ze daarnaast moeite heeft met sommige visuospatiële vaardigheden. Een paar jaar geleden heeft de kinderarts ADHS bij haar vastgesteld en haar een stimulantium voorgeschreven. Die medicatie heeft zij een week geslikt, maar daarna hebben haar ouders het haar niet meer gegeven, omdat ze geagiteerd overkwam.

    Thuis leidde het strikte toezicht door Daphnes ouders op haar huiswerk vaak tot ruzies met huilen en schreeuwen. Daphne heeft twee vriendinnen die ze al heel lang kent, maar ze heeft al een paar jaar geen nieuwe vriendinnen meer gemaakt. Ze gaat graag om met meisjes die jonger zijn dan zijzelf. Als haar vriendinnen Daphne niet laten kiezen wat ze gaan doen of zich niet aan haar regels houden, trekt Daphne zich vaak terug. In groepen en op school is ze over het algemeen stil, maar in de familiekring is ze minder verlegen.

    Al sinds haar vroege kinderjaren heeft Daphne moeite om in slaap te komen, wat vroeger alleen lukte met een nachtlampje en geruststelling door haar ouders. Haar ouders hebben gemerkt dat Daphne snel van streek raakt door veranderingen, en dwingen haar dan ook zelden om iets nieuws te ondernemen. In de zomervakanties, in het vakantiehuis van haar grootouders, gedijt Daphne altijd goed. Van in het oog springende psychotraumata, stressoren, of somatische of ont­wik­ke­lings­pro­ble­men is volgens de ouders geen sprake. Twee maanden voor het onderzoek is Daphne begonnen met menstrueren. Haar familieanamnese is positief voor stemmings-, angst- en leerstoornissen, die voorkomen bij meerdere eerste- en twee­de­graads­fa­mi­lie­le­den.

    Tijdens de eerste ontmoeting is Daphne verlegen en gespannen. Ze maakt weinig oogcontact en het kost haar moeite om over iets anders te praten dan haar verzameling modelpaardjes. Na een kwartiertje raakt ze echter meer op haar gemak, en vertelt ze dat ze een hekel heeft aan school omdat het schoolwerk moeilijk is en ze het gevoel heeft dat de andere kinderen haar niet mogen. Ze is bang om fouten te maken en slechte cijfers te krijgen, en om haar leraren en ouders teleur te stellen. Haar preoccupatie met mislukkingen uit het verleden leidt tot onoplettendheid en be­slui­te­loos­heid. Ze vindt dat ze nergens goed in is en er geen enkel aspect van haar leven is waarmee het wel goed gaat. Ze zou graag meer vriendinnen hebben. Voor zover ze zich kan herinneren, heeft ze zich altijd al zo gevoeld. Die dingen maken haar verdrietig, maar ze zegt geen persisterende depressieve gevoelens of suïcidale gedachten te hebben. Haar affect is angstig, maar klaart op als ze vertelt over haar collectie modelpaardjes en haar familie.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.