Depressiviteit en angst

    David Mataix-Cols, PhD; Lorena Fernández de la Cruz, PhD

    Wendy Nicolaas is een 47-jarige alleenstaande vrouw. Ze is verwezen naar een ggz-instelling voor behandeling van een gemengd beeld, bestaand uit een sombere stemming en ge­ge­ne­ra­li­seer­de angst. Ze heeft nog nooit psychiatrische medicatie gebruikt, maar heeft bij een eerdere depressieve episode, vijf jaar geleden, wel cognitieve gedragstherapie gehad.

    In de somatische anamnese zijn er geen opvallende zaken. Patiënte woont alleen in een drie­ka­mer­ap­par­te­ment en heeft geen familie of vrienden bij zich in de buurt wonen. Ze heeft een universitaire opleiding afgerond en heeft een parttimebaan als verkoopster in een kringloopwinkel. Ze vertelt dat ze in haar studietijd wel dates heeft gehad, maar dat ze het daar de laatste jaren ‘op de een of andere manier te druk voor heeft gehad’.

    Bij het eerste onderzoek wordt een verbaal begaafde, goed geklede vrouw gezien die zich coherent uitdrukt en coöperatief is. Patiënte heeft duidelijk een sombere stemming. Ze klaagt over een slechte concentratie en moeite met het aanbrengen van structuur in haar dag. Ze zegt geen middelen te misbruiken.

    Het valt de clinicus op dat de handtas van patiënte vol zit met rekeningen en andere paperassen. Als hij patiënte hiernaar vraagt, wuift zij dit in eerste instantie weg door te zeggen: ‘Ik heb mijn administratie altijd bij me.’ De clinicus vraagt door waarom ze dit doet en dan vertelt patiënte dat ze al zo lang ze zich herinnert moeite heeft met het wegdoen van belangrijke papieren van haar werk, kranten en tijdschriften. Volgens haar is dit begonnen toen haar moeder, toen patiënte 12 jaar was, haar oude speelgoed weggooide. Het is nu vele jaren later, en haar appartement staat vol met boeken, kan­toor­ar­ti­ke­len, prullaria, plastic verpakkingen, kartonnen dozen en allerlei andere spullen. Patiënt zegt dat ze weet dat dit een beetje gek is, maar dat al die spullen op een dag misschien van pas zullen komen. ‘Beter ermee verlegen dan erom verlegen’, zegt ze. Ze vertelt verder dat veel van haar bezittingen mooi, uniek en onvervangbaar zijn of een sterke gevoelswaarde voor haar hebben. Alleen de gedachte dat ze iets van haar bezittingen weg zou moeten doen, maakt haar al van streek.

    In de loop van een serie ver­volg­ge­sprek­ken krijgt de clinicus een duidelijker beeld van de reikwijdte van het probleem. De kamers van het appartement van mevrouw Nicolaas zijn al sinds ze begin dertig was vol geraakt, en ze heeft inmiddels weinig ruimte meer over om in te leven. Haar keuken staat bijna helemaal vol, en ze gebruikt nu een minikoelkast en een grilloventje die ze in de gang tussen de stapels papieren heeft ingeklemd. Haar maaltijden nuttigt ze in de enige nog beschikbare stoel. Als ze ’s avonds naar bed gaat, verplaatst ze om te kunnen slapen een stapel paperassen van haar bed naar die ene stoel. Patiënte koopt nog steeds spullen bij de kringloopwinkel waar ze werkt en neemt elke dag gratis kranten mee naar huis die ze later nog wil lezen.

    Aangezien patiënte zich schaamt voor de toestand waarin haar appartement verkeert, heeft ze nog nooit iemand over haar gedrag verteld en heeft ze al minstens vijftien jaar niemand meer bij haar thuis uitgenodigd. Ook sociale gelegenheden en dates vermijdt ze omdat ze — hoewel ze van nature wel iemand is die van gezelschap houdt en zich heel eenzaam voelt — uitnodigingen van anderen nooit met een te­gen­uit­no­di­ging zou kunnen beantwoorden. Ze is verbaasd dat ze dit aan de clinicus heeft verteld, want ze heeft het zelfs haar eigen moeder nooit verteld, maar ze wil hier graag hulp bij. Het aanbod van de clinicus om bij haar thuis op bezoek te komen slaat ze af, maar ze laat wel een paar foto’s zien die ze met haar telefoon heeft gemaakt. Op die foto’s staan meubels, papieren, dozen en kleding, in stapels van de vloer tot aan het plafond.

    Behalve de gevoelens van verdriet en eenzaamheid waarmee patiënte al lange tijd kampt, en de angst die ze voelt iedere keer als ze probeert op te ruimen of als iemand vriendschap met haar probeert te sluiten, heeft patiënte geen psychiatrische symptomen zoals wanen, hallucinaties, obsessies of ander compulsief gedrag.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.