Bespreking
Een bus kapen is geen redelijk gedrag en dit laat zien dat mevrouw Aalders niet in staat is om zich effectief tot de wereld te verhouden. Haar denken is concreet. Zij gedraagt zich bizar. Ze mompelt en praat in zichzelf, hetgeen wijst op auditieve hallucinaties. Ze woont in een psychiatrisch ziekenhuis, wat wijst op een ernstige, chronische psychische ziekte.
Volgens de DSM-5 zijn voor schizofrenie minstens twee van de volgende vijf symptomen vereist: wanen, hallucinaties, gedesorganiseerd spreken, gedesorganiseerd of abnormaal gedrag en negatieve symptomen. Er moeten beperkingen zijn in het functioneren en gedurende minstens zes maanden dienen aanhoudend symptomen van de ziekte aanwezig te zijn. Zelfs zonder extra informatie over de achtergrond van mevrouw Aalders is al duidelijk dat de classificatie schizofrenie van toepassing is.
De psychose van mevrouw Aalders begon toen ze nog een kind was. Een vroegtijdig begin van de symptomen wordt vaak niet herkend, omdat kinderen hun psychotische ervaringen als ‘normaal’ beschouwen. Door te herkennen wat een symptoom is (bijvoorbeeld stemmen horen die er niet zijn) en deze te koppelen aan een mijlpaal (bijvoorbeeld naar groep 3 gaan) kan de patiënt op volwassen leeftijd retrospectief achterhalen wanneer de symptomen zijn begonnen. Hoewel de symptomen en de behandeling identiek zijn, is schizofrenie met begin tijdens de kinderjaren vaak ernstiger dan schizofrenie die op volwassen leeftijd begint. Vroegtijdige psychotische symptomen kunnen zeer disruptief zijn voor de normale ontwikkeling van kinderen. Floride psychotische symptomen kunnen op zichzelf al erg beperken, maar ze zorgen er ook nog eens voor dat een jong iemand zich niet sociaal en cognitief kan ontwikkelen tijdens de kritieke fase van de kinderjaren.
Het gedrag van mevrouw Aalders is waarschijnlijk niet alleen te wijten aan de psychose en het cognitieve disfunctioneren dat bij schizofrenie hoort, maar komt ook doordat zij minder ervaring heeft in sociale situaties in het gewone leven. Het psychiatrisch behandelteam heeft waarschijnlijk, naast de behandeling van haar psychotische symptomen met clozapine, geprobeerd om wat zij tekort is gekomen te compenseren, door haar aan een ‘vriendin’ te koppelen en het winkeluitje te organiseren. Haar behandelaars zijn bovendien erg actief en betrokken, wat ook blijkt uit het feit dat de psychiatrisch verpleegkundige bijna direct na het busincident naar de spoedeisende hulp is gekomen.
Schizofrenie is een heterogene stoornis, die op vele domeinen effect heeft. Mogelijk bestaan er meerdere soorten schizofrenie, te differentiëren aan de hand van nu nog onbekende markers. Omdat de validiteit onvoldoende vaststaat, heeft de DSM-5 subclassificaties als schizofrenie, paranoïde type, afgeschaft. In plaats daarvan biedt de DSM-5 verschillende manieren waarop de classificaties in subtypen kunnen worden onderverdeeld. Een daarvan is een aanduiding van de algehele activiteit en chroniciteit van de symptomen (bijvoorbeeld eerste versus multipele episoden; in acute episode, momenteel gedeeltelijk in remissie, volledig in remissie). Een andere manier om de stoornis onder te verdelen is door de ernst van de vijf kernsymptomen van schizofrenie te beoordelen op een schaal van 0 tot 4.
Mevrouw Aalders was in staat met een ‘vriendin’ te reizen en de psychiatrisch verpleegkundige van haar ziekenhuis kwam snel naar de spoedeisende hulp. Hieruit blijkt mogelijk dat er een actief en betrokken behandelprogramma is, maar als we daarbij haar verontschuldigende houding en het herhaaldelijk uiten van haar streven naar zelfstandigheid betrekken, betekent dit wellicht dat er relatief weinig negatieve symptomen aanwezig zijn, zoals anhedonie, een beperkt sociaal netwerk en alogie. Dergelijk actief gedrag is ongewoon bij patiënten met schizofrenie, wat erop wijst dat zij niet depressief is. Zonder een onderzoek is het lastig om te beoordelen hoe het is gesteld met de cognitieve vaardigheden van mevrouw Aalders. Of zij de kenmerken van een schizofrenieachtige stoornis in het werkgeheugen heeft of een aandachtsstoornis, is uit deze karakterschets moeilijk af te leiden, maar zij moet hier wel op worden getest.
Naast een beoordeling van de ernst van de positieve symptomen, is het van groot belang voor de psychiatrie om meer inzicht te krijgen in de negatieve symptomen en het cognitief disfunctioneren bij schizofrenie, en hierin een onderverdeling te maken. Lange tijd waren antipsychotica, die de positieve symptomen verlichten, de effectiefste interventie bij schizofrenie, maar in de toekomstige behandelingen is er waarschijnlijk steeds meer aandacht voor de specifieke gedragsmatige, cognitieve en emotionele stoornissen die eveneens onlosmakelijk deel uitmaken van schizofrenie.