Braken

    James E. Mitchell, MD

    Wanda Hoffman is een 24-jarige vrouw die zich meldt met één hoofdklacht: ‘Ik heb problemen met overgeven.’ De wortels van die problemen liggen in haar vroege adolescentie, toen patiënte ondanks haar normale BMI begon met het volgen van ver­ma­ge­rings­di­ë­ten. Op 18-jarige leeftijd ging ze studeren en op kamers wonen, en begon ze, in een periode waarin er nieuwe eisen aan haar werden gesteld op zowel studie- als sociaal gebied, overmatig veel te eten. Na een gewichtstoename van 4,5 kilo besloot ze het ontbijt voortaan over te slaan. Ook de lunch sloeg ze vaak over, maar vervolgens at ze — uitgehongerd als ze was — in de namiddag en avond te veel.

    De perioden van overmatig veel eten zijn heviger geworden, in zowel de frequentie als de hoeveelheid genuttigd voedsel, en patiënte krijgt de laatste tijd steeds meer het gevoel dat ze er geen controle meer over heeft. Ze maakt zich zorgen dat ze door de eetbuien zal aankomen en begint met zelf opgewekt braken, een strategie waarover ze in een tijdschrift heeft gelezen. In eerste instantie dacht ze dat dit gedragspatroon heel acceptabel was en beschouwde het zelf opgewekte braken als een goede oplossing voor haar vrees om aan te komen. Dit patroon is inmiddels ingesleten: ’s morgens voed­sel­re­stric­tie, gevolgd door een eetbui, gevolgd door zelf opgewekt braken.

    In haar studie functioneerde patiënte onderwijl nog steeds adequaat, en ze onderhield ook haar vriendschappen, al hield ze haar eetgedrag geheim voor haar omgeving. Na haar afstuderen keerde ze terug naar de stad waar ze vandaan komt en ging ze aan het werk bij een plaatselijke bank. Ondanks dat ze haar oude vriendschappen weer nieuw leven heeft ingeblazen, is gaan daten en het naar haar zin heeft op haar werk, voelt ze zich vaak niet goed. Ze vertelt dat ze minder energie heeft, slecht slaapt en verschillende maag-darmklachten heeft, zoals afwisselend obstipatie en diarree. Ze verzint steeds vaker excuses om haar vrienden te ontlopen en raakt sociaal steeds meer geïsoleerd. Haar stemming verslechtert en ze vindt zichzelf waardeloos. Soms wil ze het liefst dood. Ze neemt het besluit om deze negatieve spiraal te doorbreken en vraagt haar huisarts om een verwijzing naar de psychiater.

    Bij het status-men­ta­lis­on­der­zoek wordt een vrouw gezien met een normaal postuur en een normale voe­dings­toe­stand, die niet zichtbaar lijdt. Haar BMI is 23, een normale waarde. In het gesprek is ze coöperatief. Bewustzijn, aandacht en concentratie zijn intact, maar anamnestisch zijn er con­cen­tra­tie­pro­ble­men. Ze is cognitief intact (niet getest) en haar ziekte-inzicht en oor­deels­ver­mo­gen worden als goed beoordeeld. Er zijn geen psychotische symptomen. Haar stemming is somber en bezorgd en er is sprake van anhedonie en gevoelens van waardeloosheid. Suïcideplannen heeft ze echter niet, al denkt ze soms wel dat het leven niet de moeite waard is.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.