Post-partumsomberheid
Kimberly A. Yonkers, MD; Heather B. Howell, MSW
Yüksel Peynirci is een 23-jarige vrouw die twee weken na de geboorte van haar tweede kind naar een ambulante ggz-instelling is verwezen voor een psychiatrisch onderzoek. Zij is doorverwezen door haar verloskundige, die zich zorgen maakte over de sombere stemming van patiënte, en haar vlakke affect en vermoeidheid.
Patiënte vertelt dat ze zich vanaf het moment dat ze wist dat ze zwanger was, ongerust heeft gevoeld en niet enthousiast is geweest. Ze had eigenlijk met haar man gepland om nog een paar jaar te wachten met een tweede kind, en haar man had liever gezien dat ze de zwangerschap had beëindigd. Zij zou deze mogelijkheid echter om geloofsredenen nooit in overweging kunnen nemen. Haar man was er ook ontstemd over dat ze tijdens haar zwangerschap ‘te moe’ was om betaald werk buitenshuis te doen. Ze is zich na de bevalling steeds meer somber, hopeloos en overvraagd gaan voelen. Het gaat niet goed met de borstvoeding en ze is gaan geloven dat de baby haar ‘afwijst’ omdat hij de borst weigert, melk opgeeft en huilt. Haar baby kreeg last van krampjes, zodat ze hem bijna de hele dag in haar armen moet houden. Ze is zich gaan afvragen of ze deze problemen verdiend heeft omdat ze de zwangerschap niet heeft gewild.
Haar man is vrijwel de hele dag de deur uit en ze vindt het erg zwaar om de zorg te dragen voor de pasgeborene en haar levendige, veel aandacht vragende, 16 maanden oude dochtertje. Ze slaapt weinig, voelt zich voortdurend moe, huilt veel en vraagt zich voortdurend af hoe ze de dag door moet komen. Haar schoonmoeder is kortgeleden gekomen om te helpen met de zorg voor de kinderen.
Patiënte is een Nederlands sprekende vrouw van Turkse afkomst die tot halverwege haar eerste zwangerschap ongeveer twee jaar geleden in een lunchroom heeft gewerkt. Ze is opgegroeid in een ondersteunend gezin met beide ouders en een grote familiekring. Toen haar man voor zijn werk werd overgeplaatst, is ze naar de andere kant van het land verhuisd en daar heeft ze geen familie in de buurt wonen. Hoewel niemand van haar familie ooit een psychiater heeft gezien, hebben meerdere familieleden depressieve klachten gehad. Patiënte heeft geen psychiatrische voorgeschiedenis of een psychiatrische behandeling ondergaan. Zij heeft geen drugs of alcohol gebruikt. Ze heeft enkele jaren gerookt, maar is daarmee gestopt toen ze zwanger raakte van haar eerste kind. Patiënte heeft astma in de anamnese. Afgezien van multivitaminen met ijzer, gebruikt ze geen medicatie.
Bij het status-mentalisonderzoek wordt een nonchalant geklede coöperatieve jonge vrouw gezien. Ze maakt wel enig oogcontact, maar kijkt meestal naar de grond als ze praat. Haar klachtenpresentatie is traag, met grotere pauzes bij het beantwoorden van vragen. Ze is goed georiënteerd in trias. Ze kan drie woorden registreren, maar herinnert zich na vijf minuten maar één daarvan. Zij heeft een gemiddelde intelligentie. Haar realiteitsbesef en oordeelsvermogen zijn redelijk tot goed. Hallucinaties en wanen zijn niet aanwezig, maar er zijn wel overwaardige gedachten geweest dat de huidige situatie een straf was omdat patiënte het kind niet heeft gewenst. De stemming is somber, het affect ingeperkt. Er zijn geen manifeste suïcidale of homicidale gedachten. De psychomotoriek is vertraagd, de spraak moduleert niet.