Op een casus gebaseerde vragen
Op een casus gebaseerde vragen
A Janneke Frankendael is een 24-jarige vrouw die door de huisarts naar een psychiater is verwezen voor de behandeling van haar depressie. De uitkomst van haar somatische onderzoek was negatief. Patiënte meldt dat ze ‘al vele jaren’ aan een sombere stemming lijdt, maar dat haar stemmingsproblemen drie maanden geleden zijn verergerd nadat ze haar baan was kwijtgeraakt. Sindsdien heeft ze last van ernstige slapeloosheid, waarbij ze enkele uren vroeger dan normaal ontwaakt en niet meer in slaap kan vallen. Het lukt haar niet meer om te genieten van activiteiten waar ze vroeger naar uitkeek, zoals etentjes met vrienden en kerkelijke feestdagen. Ze heeft minder energie, een verminderd concentratievermogen, ze voelt zich waardeloos en heeft gedachten over het beëindigen van haar leven, hoewel ze geen specifiek plan daarvoor heeft. Ze heeft nog nooit eerder behandeling gezocht of psychiatrische diagnostiek ondergaan. De psychiater vraagt haar naar de kenmerken van manie en hypomanie, en deze worden uitgesloten.
Voldoet Janneke in het licht van deze informatie aan de criteria voor een depressieve episode? Deze patiënte voldoet inderdaad aan de criteria voor een depressieve episode, met zowel een sombere stemming als anhedonie, plus insomnia, verminderde energie, verminderde concentratie, gevoelens van waardeloosheid en suïcidegedachten. Deze specifieke episode van de depressieve stoornis begon nadat ze drie maanden geleden haar baan verloor. Er zijn geen aanwijzingen dat deze episode samenhangt met een bipolaire stoornis, en haar symptomen zijn niet toe te schrijven aan een somatische aandoening. Het feit echter dat ze meldt dat ze gedurende vele jaren voor het begin van de depressie chronisch een sombere stemming heeft gehad, doet de psychiater besluiten om vragen te stellen waarmee vastgesteld kan worden of de depressieve episode misschien boven op een persisterende depressieve stoornis is gekomen.
B De psychiater vraagt in het bijzonder hoelang Janneke een sombere stemming heeft gehad vóór het begin van de depressieve episode. Ze herinnert zich dat de sombere stemming is begonnen toen ze in de onderbouw op de middelbare school zat en ze verschillende sociale problemen had, waaronder afwijzing door sommige kinderen. Ze rapporteert dat ze behalve een sombere stemming ook moeite met haar concentratie en een laag gevoel van eigenwaarde heeft, en dat deze symptomen chronisch zijn. Tot drie maanden geleden had ze echter geen last van slapeloosheid, anhedonie en suïcidale gedachten.
Wat is de juiste classificatie gezien bovenstaande informatie met betrekking tot chroniciteit? De eerdere symptomen van Janneke Frankendael en het feit dat die chronisch zijn, horen bij een persisterende depressieve stoornis die voor de leeftijd van 21 jaar is begonnen. Janneke voldoet dus aan de criteria voor een persisterende depressieve stoornis met de specificaties vroeg begin, met periodieke depressieve episoden, met actuele episode.